Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooals dusverre met de Korte onderzoeking van a Lasco het geval was, maar achter de liturgische geschriften, omdat het geen algemeen kerkelijk gezag had. En de vragen bij de toelating tot het Avondmaal, die tot dusverre achter het Kort Begrip waren geplaatst, plaatste Faukelius nu, eenigermate gewijzigd, vóór het Avondmaalformulier, waar zij dan ook eigenlijk hooren. Later is men van deze juiste volgorde afgeweken; het Kort Begrip werd meestal tusschen de Belijdenisschriften der Kerk geplaatst en de vragen bij de toelating tot het Avondmaal werden er weer aangehangen. In de uitgave van de Belijdenisschriften en de liturgie door Dr. F. L. T^utgers, is de juiste orde hersteld.

3. Het rapport aan de Generale Staten. Het was de gewoonte op de Dordtsche Synode, dat geregeld rapport werd uitgebracht van de Synodale handelingen bij de Generale Staten, soms schriftelijk, soms mondeling. Op een schrijven van de pol. gedeputeerden, hoe het laatste rapport zou worden uitgebracht, antwoordden de Generale Staten 19 Mei, dat „het rapport vande besoigne des Synodi om costen te sparen, alhier sal gedaen worden, by eenige Gedeputeerde van het Synode." Uit dit antwoord schijnt te volgen, dat de geheele Synode van plan is geweest, na afloop der zittingen, zich naar den Haag te begeven om de Generale Staten te bedanken. Daar de Generale Staten dit niet wenschelijk vonden, heeft de Synode (zooals Heyngius meedeelt) in deze zitting den Praeses, een der assessoren (Faukelius) en een der scriba's (Hommius) daartoe aangewezen ; later voegde de Synode hier nog aan toe Johannes Polyander, als vertegenwoordiger der hoogleeraren, (wiens naam dan ook in de Acta vermeld wordt) en J. Rolandus, den tweeden assessor, (de Acta noemen hem niet, maar hij heeft met de andere gedeputeerden alle stukken onderteekend en is dus ook mede naar den Haag geweest). Deze Commissie had een viervoudige taak. Vooreerst moest zij de Generale Staten bedanken voor hun hulp; ten tweede de approbatie verzoeken op de decreten der Synode; ten derde de gravamina der Kerken overbrengen en ten vierde (gelijk Heyngius meldt) rapport doen van 't gebesoigneerde. Zie over de handelingen dezer gedeputeerden p. 303.

4. Het verzoekschrift aan de Hooge Overheid. Gelijk reeds

Sluiten