Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noch toe niet gesien, niet oordelen, veel min hetselve recommanderen kan, maer wel lyden kan, dat de voormelde D. Arpenius vant voorss. werek aleert gedruct wort, eerst presentere een specimen aande Synoden respective, end dat deselve daervan haer oordeel aenden Synodalem Classem van Dordrecht overschryven, om als dan gedaen te werden het geene noodich ende stichtelyck bevonden sal worden."

Vermoedelijk stak zoowel achter het verzoek dèr professoren, als achter de weigering der Synode, meer dan de officieele acta melden. Thomas Erpenius, sinds 1613 professor in de Oostersche talen te Leiden, was beroemd wegens zijn kunde, maar neigde naar het Remonstrantisme; Hoogerbeets, Episcopius, Vorstius en vooral H. de Groot waren zijne vrienden. Het was in de kist, waarin hij boeken had gezonden, dat H. de Groot uit Loevestein ontsnapte. Tijdens de Synode van Dordrecht schijnt hij van deze voorliefde voor de Remonstranten wat teruggekomen te zijn. Het is daarom te begrijpen, dat de professoren, gedachtig aan de spreuk, dat men meer vliegen vangt met stroop dan met azijn, de Synode verzochten, het werk, dat Erpenius zou uitgeven, bij de Generale Staten aan te bevelen, in de hoop, dat deze gunst Erpenius, op wiens steun men blijkbaar hoogen prijs stelde, nog sterker aan de zijde der Contraremonstranten verbinden zou. Maar het is ook te verstaan, dat de Synode die aanbeveling niet onvoorwaardelijk schenken wilde. Gelijk uit Heyngius' mededeeling blijkt, was het bedoelde werk een studie over het N. Testament, en de Synode had ten volle het recht, zulk een werk van een hoogleeraar, die in een kwaden reuk stond, niet te willen aanbevelen, voordat het door kundige mannen gelezen en rechtzinnig bevonden was. Aangezien Erpenius dit werk niet heeft voltooid (onder zijn werken bij van der Aa en Glasius in voce opgegeven komt het niet voor), hebben de Provinciale Synoden het besluit der Synode niet uit te voeren gehad.

7. Opsporing en bewaring der Synodale Acta. In de Acta wordt hierover het stilzwijgen bewaard, maar Heyngius heeft ons de beide besluiten, die de Synode daaromtrent nam, bewaard. Zijn aanteekening luidt: „Is geordonneert, datter een kiste ge-

Sluiten