Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiermede het geduld der Staten op een zware proef te hebben gesteld. 8 Juli hadden de Generale Staten nog geen afdruk bekomen en moest Hommius in aller ijl uit Leiden worden ontboden, opdat hij naar Dordrecht zou gaan en Canin gelasten zou, de gedrukte exemplaren van de Canones tusschen nu en Woensdag eerstkomende over te zenden. Maar zelfs dit stellige bevel baatte niet en 12 Juli moest er weer een boodschap naar Canin gezonden worden, dat hij thans de Canones, gebonden of ongebonden, moest overzenden, op straffe van anders zijn octrooi te verliezen. Toen eerst schijnt hij aan den last der Staten te hebben voldaan 1). De uitgave der Canones moet dus in de tweede helft van Juli 1619 hebben plaats gevonden en wel tegelijk in het Latijn, NederlandschenFransch.

In de laatste plaats dient nog te worden nagegaan hetgeen met de Kerkenordening is geschied. De Synode had, gelijk ons bleek, verschillende artikelen der Haagsche K. O. gewijzigd en enkele nieuwe artikelen er bijgevoegd; het sprak dus van zelf, dat de Kerkenorde opnieuw geredigeerd moest worden, voordat zij aan de Generale Staten ter goedkeuring kon worden voorgelegd. Volgens Voetius heeft de Synode dit werk van de „interpolatio ordinis ecclasiastici anno 1586 in synodo Nationali Hagiensi conscripti" opgedragen aan enkele deputaten, wier namen hij echter niet meedeelt; alleen blijkt uit hetgeen hij verder zegt (nemo istorum deputatorum superstes est), dat hij de namen dier deputaten nog wel wist *). Deze gedeputeerden hebben hun arbeid niet onberispelijk verricht, want de redactie der Kerkenordening laat wel wat te wenschen over en is op sommige punten zelfs in strijd met de besluiten der Synode. Enkele voorbeelden mogen dit aantoonen. Vooreerst is, gelijk reeds vroeger werd gezegd (zie pag. 142 en v.v.), de redactie van Art. 4 en 5 niet zeer gelukkig; de deputaten hebben hier echter minder schuld aan dan de Synode zelf, die deze Artikelen na langdurige discussie en vele veranderingen aldus had vastgesteld. Ten tweede hebben

Zie de Resol. der Gen. Staten yan 14 Mei, 16 Mei, 3 J uni, 24 Juni, 8 Juli en 12 Juli 1619 en Hommius' brief, Bijlage III, N°. 2. s) Voetius, Pol. Eccl. t. IV, p. 86, 87.

Sluiten