Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was het hunne bedoeling, dat deze revisie zou strekken, gelijk Oldenbarneveldt vroeger wilde, om den inhoud der belijdenisschriften te veranderen; dan had de Synode stellig aan dien eisch niet voldaan. Het vermoeden is uitgesproken 1), dat de Generale Staten niet anders wilden, dan dat de Confessie en de Catechismus, nu de twistzaak met de Remonstranten was afgedaan, en het duidelijk gebleken was, dat de Synode op het punt der leer geheel eenstemmig dacht, door de buitenlandsche en inheemsche theologen openlijk zouden worden goedgekeurd. Beide waren door de Remonstranten openlijk beschuldigd, dat zij vele dwalingen bevatten. En geen schitterender wraak kon op die beschuldiging worden genomen, dan wanneer niet alleen de inlandsche, maar ook de uitheemsche afgevaardigden als uit één mond verklaarden, dat deze belijdenisschriften geheel met Gods Woord overeenstemden. Van uit dat oogpunt bezien is het begrijpelijk, dat de Synode tegen deze „geheele revisie" geen bezwaar heeft gemaakt. En dat dit metterdaad de bedoeling van de Generale Staten is geweest, blijkt uit hetgeen de praeses politicus uit hun naam in de volle Synode verklaarde: eos quidem de veritate istius non dubitare, sed magnum tamen pondus ipsi accessurum, si communibus omnium calculis confirmetur d. w. z. dat zij niet twijfelden aan de waarheid in de Belijdenis en den Catechismus vervat, maar dat het aanzien dezer belijdenisschriften belangrijk zou vermeerderd worden, wanneer zij met algemeene stemmen werden bevestigd 2).

Zoo was het niet de Synode zelf, maar de voorzitter der politieke gedeputeerden, Martinus Gregorii, die in de namiddagzitting van 29 April 1619 de revisie der Confessie aan de orde stelde. Hij deed dit met een korte rede, waarin hij mededeelde dat het „de wil was van de Generale Staten, dat de Confessie der Gereformeerde kerken in Nederland op de wijze in de Nationale Synodes gebruikelijk s), ten overstaan van de afgevaardigden

11 Dr. A. KüYPER, Revisie der Revisielegende, p. 123 —127.

') Heyngius, p. 150.

') Ook uit deze uitdrukking blijkt op nieuw, hoe moeilijk de „politieken", wanneer zij over kerkelijke zaken willen meespreken, de juiste termen weten te kiezen. Het motief, dat telkens weer door de Generale Staten in vroeger dagen was aangevoerd

Sluiten