Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand nam echter den toegeworpen handschoen op; niet, gelijk de Engelsche Bisschop meende, omdat allen eigenlijk in hun hart wel overtuigd waren van de voortreffelijkheid van het Episcopale stelsel, maar omdat het thans de tijd niet was, over de beste wijze van kerkregeering te gaan twisten. Davenant en Goad verklaarden, dat zij, evenals de Bisschop, de Confessie goedkeurden, met uitzondering van die artikelen, die over de kerkregeering handelden, waarover zij op deze Synode geen oordeel zouden uitspreken. Davenant maakte voorts nog eene opmerking bij Art. 9 : ex effectis nos non posse colligere trinitatem personarum. De Praeses beantwoordde deze opmerking zeer gevat met te wijzen op de incarnatio Christi. Ward zeide, dat hij in de belijdenis niets gevonden had, dat hetorodox was, maar vermaande de Xederlandsche kerken, dat zij de woorden in Art. 22: Et tam multa sancta opera, die in de editie van 1612 ontbraken, in de Confessie zouden behouden; een raad, die ook reeds door Davenant gegeven was en later door de Bazelsche godgeleerden herhaald werd. Balcanqual, de Schotsche afgevaardigde, keurde de Confessie geheel goed en maakte geen excepties. Wat de bedenkingen der Remonstranten aanbelangt, verklaarde hij nullas inter eas esse ullius momenti').

's Middags werd de behandeling der Confessie voortgezet. De Paltzische afgevaardigden wilden niets in de Belijdenis veranderd hebben, omdat elke verandering ergernis baren zou. De afgevaardigden van Hessen, van Zwitserland, van Nassau e. a. verzochten met het oog op de verschillende uitgaven der Confessie, dat de Synode één nauwkeurig exemplaar zou gereed maken, dat authentiek verklaard en daarna door het gezag der Generale Staten zou bekrachtigd worden. De Geneefsche theologen gaven enkele aanmerkingen op den tekst aan den Praeses over; zij vroegen tevens instantelijk, dat de smet, die op Genève was

Pol. Eccl. t. IV, p. 10, Balcanqual, Golden Remains, p. 544 en C. Sibelius, Annot. ad Syn. Dordr. deelen de rede van den Bisschop ongeveer in dezelfde bewoordingen mede.

x) Voetius, Pol. Eccl. t. IV, p. 61 en C. Sibelius, Annot. ad Syn. Dordr.

Sluiten