is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle andere edities werden gevonden, waren weggelaten. Zoowel de Engelsche als de Bazelsche godgeleerden hadden er op aangedrongen, dat in den authentieken tekst deze woorden hersteld zouden worden. Schijnbaar was dit een onschuldig verzoek, maar er stak meer achter. De leer van Piscator, die de obedientia activa van Christus loochende, had veel opschudding teweeggebracht, en de Engelsche en Fransche kerken hadden Piscator's gevoelen openlijk veroordeeld '). De vraag was dus metterdaad van belang of de Nederlandsche kerken, die reeds vroeger verzocht waren, Piscator's gevoelen mee te veroordeelen, maar dit toen geweigerd hadden 2), nu door de herstelling 'of uitlating van de bedoelde woorden, zij het dan ook zijdelings, Piscator bestrijden of gelijk geven zouden. De „pointe" van deze schijnbaar zoo onschuldige opmerking der Engelsche en Zwitsersche godgeleerden werd uitnemend goed gevoeld door de afgevaardigden van Hessen en de Palts, waar Piscator groot aanzien had 3). Op de Synode hebben zij het stilzwijgen over deze quaestie bewaard, vreezende dat de stroom hun tegen zou zijn, maar bij hun vertrek lieten zij in de handen van Bogerman twee brieven achter, geteekend 12 Mei 1612, waarin zij met klem verzochten, dat de Nederlandsche kerken het gevoelen van Piscator niet zouden veroordeelen. Dit verzoek vond bij Bogerman een des te gunstiger onthaal, omdat hij zelf niet zoo heel ver van Piscator's gevoelen afstond en reeds in 1605 verklaard had, dat hij in de Generale Synode, wanneer deze over de zaak handelde, de bescherming van Piscator's leer op zich nemen zou 4). Het is niet onmogelijk,

l) A. SCHWEIZER, Die Protest. Centraldogmen, II, p. 18.

9) Reitsma, Acta der Prov. Synodes, III, p. 224, 5.

8) Alting, Scultetus en Goclenius waren persoonlijk het gevoelen van Piscator toegedaan, Caroli, Mem. eccles. sec. 17, I, 61, 63 (aangehaald bij Glasius, Gesch. der Syn. II, p. 221, noot 1).

4) B. Fullenius, predikant te Leeuwarden, schreef 17 Maart 1605 aan Piscator, dat Bogerman zelf hem gezegd had: saepius se cum Beza de hac controversia contulisse, nee unquam sibi ab eo fuisse satisfactum, quemadmodum nee ab aliis viris doctis; constituisse porro in Synodo Nationali proxima habenda, de hac re si quid moveretur, agnitae veritatis cum mittendo eo collega, patrocinium suscipere. Deze brief is opge-