is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het van belang, juist om het besluit der Synode van 1619 recht te verstaan, dat hier kort dé geschiedenis van dezen gerevideerden tekst worde aangegeven. Bij de geschiedschrijvers onzer liturgie vindt men over dit onderwerp bijna niets.

De Svnode van 15:4. die de revisie ter hand nam, vond in de eerste plaats het doopformulier en het dankgebed na de predikatie te lang en droeg daarom haren praeses op, van beide een kort uittreksel te maken'). G. v. d. Heyden heeft aan dien last voldaan; op de provinciale Synode te Rotterdam, in 1575 gehouden, zijn deze verkorte formulieren voorgelezen en goedgekeurd 2). Ze staan dan ook afgedrukt in de uitgaven der liturgie van 1580 en 1591 3). Het verkorte doopformulier heeft echter een langen strijd te voeren gehad om het oudere te verdringen; eerst r.a 1600 kwam het meer algemeen in gebruik 4). Het verkorte dankgebed na de predikatie heeft geen ingang gevonden en is in de editie van 1611 dan ook door een ander vervangen 5). Ten tweede wilde de Synode, dat in de vragen bij den doop een wijziging zou aangebracht worden. Uit de Roomsche kerk was het gebruik overgebleven, dat niet alleen de ouders, maar ook de getuigen het kind mede ten doop presenteerden en de doopbelofte aflegden. De liturgie van Datheen werkte dit eenigszins in de hand, doordat boven de doopvragen stond : „Vermaninge aen de Ouders, ende die mede ten Doope coemen", en de derde doopvraag gansch algemeen luidde: „Ten derden, oft ghy niet belouet ende voor v neemt, dit u kint (alst tot zijnen verstande coemt) daerin

*) Rutgers, 1. c. p. 143, 145.

2) Reitsma, 1. c. II. p. 157 en 158. Men vindt daar de beide ontwerpen afgedrukt.

$) In de editie van 1580 staat het doopformulier letterlijk zooals het in Reitsma, t. a. p. staat opgegeven. In de tweede editie van 159' zijn hier en daar enkele wijzigingen aangebracht; in dien gewijzigden vorm is het overgenomen in de editie van 1611 en zoo is het thans algemeen in gebruik gekomen.

4) In de gewone uitgaven der liturgie werd nog geruimen tijd het langere doopsformulier herdrukt, zie Exs, 1. c. p. 205.

5) In de edities van 1580 en 1591 staat eerst het lange dankgebed na de predikatie van Datheen en daarna volgt het kortere formulier van Van der Heyden. In de editie van 1611 werd het langere weggelaten en evenzoo het korte formulier van Van d. H. Zie pag. 403.