is toegevoegd aan uw favorieten.

De Post-acta of Nahandelingen van de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 gehouden, naar den authentieken tekst in het Latijn en Nederlandsch uitgegeven en met toelichtingen voorzien

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 2. De lijsten der gravamina.

De lijsten der gravamina, die de Gedeputeerden der provinciale Synoden aan het moderamen hebben overgeleverd, en die in het Oud Synodaal Archief bewaard worden, zijn voor de rechte kennis van hetgeen op de Synode, vooral in de nazittingen, geschied is, van het hoogste belang. Het is daarom te betreuren, dat wij deze lijsten niet volledig meer bezitten.

Vooreerst ontbreken enkele lijsten geheel. De gravamina van Friesland, die oorspronkelijk bij de andere gevoegd waren, zijn te Dordrecht in 1624 zoek geraakt en waren later niet meer te vinden. De gravamina van Utrecht, zoowel die van de Remonstrantsche als van de Contraremonstrantsche Synode, zijn nooit bij de autographa geweest. En hetgeen bij de gravamina als het gravamen van Drente bewaard wordt, is niet anders dan een persoonlijk verzoek van één der Drentsche afgevaardigden en heeft met de eigenlijke gravamina der Drentsche Synode niets gemeen.

Maar er ontbreekt meer. Ook de lijsten der gravamina, die aanwezig zijn, nl. van Gelderland, Zuid-Holland, Xoord-Holland, Zeeland, Overijssel, Groningen, de Waalsche Synode en van een Kerk onder het kruis, zijn voor het meerendeel niet compleet, d. w. z. zij bevatten niet alle gravamina, die door de provinciale Synoden waren ingezonden. Dit blijkt niet alleen uit de Acta dezer Synoden, maar ook uit de Extractlijsten, waarop verscheidene gravamina vermeld staan, die in deze lijsten niet te vinden zijn.

Ik heb daarom getracht met behulp van deze Extractlij sten en van de Acta der Provinciale Synoden, dit gebrek zooveel mogelijk aan te vullen. De gravamina, die niet in de lijsten vermeld worden, zijn met een kleiner letter daarna gedrukt.

Wat voorts de lijsten zelf betreft, zij zijn blijkbaar alle eigen-

laat ik achterwege, omdat alleen van den laatsten kan gezegd worden, dat zijn zaak als een gravamen (zie de gravamina van Zuid-Holland, No. 8) op de Synode is gebracht. Maar zelfs bij C. Vorstius is niet het gravamen van Zuid-Holland, maar het besluit der Generale Staten de aanleiding geweest, dat de Synode zich met hem heeft bezig gehouden.