Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ecclesijs et singulis pagis, quandoquidem in pluribus locis doctrina Catechetica negligitur ').

(2). Die questie van den doop der secten, insonderheit der Wederdoperen, waervoor men denselven behoort te houden, is geresolveert, dat men denselven sal opschorten tot. . . een nationael synodum *).

(3). Op die suaricheit van het trouen der gedoopten met den ongedoopten wert hetselvige noch gelaten bi den voorige resolutien, mids den saecke ten principale laetende berusten tot den sinodum nationalem 3).

§ 3. De Extractlijsten.

Deze Extractlij sten der gravamina bevinden zich in het Oud Synodaal Archief Catalogus I, 5. Zij zijn allen met Hommius' hand geschreven.

Lijst A is waarschijnlijk in het begin der Synode opgesteld, toen het moderamen de opdracht ontving, de gravamina naar soorten te rangschikken en in een verzamelstaat over te brengen (zie pag. 414). Het is, zooals men ziet, een proeve, die niet is voltooid. In het oorspronkelijke is voor elke groep een afzonderlijke bladzijde genomen.

Lijst B is van het meeste belang. Het is blijkbaar het Extract uit de gravamina, dat in de eerste sessie der Nazittingen is gemaakt (zie pag. 110). Ook deze lijst is niet afgewerkt, daar alleen de gravamina van Gelderland, Zuid-Holland en NoordHolland en twee uit Zeeland er op vermeld staan. Uit deze lijst, die gedurende de nazittingen gebruikt is, blijkt hoe weinig invloed de gravamina der andere provinciën op de Synode gehad hebben.

Lijst C is het register van punten, die namens de Kerken aan de Generale Staten zouden verzocht worden. Ook dit stuk is

*) Heyngius formuleert het gravamen aldus p. 25.

2) Synode van Harlingen, 1590, Art. 23 (Reitsma, Acta, VI, p. 5 2)'en de Synode van Leeuwarden, 1605, Art. 67 (1. c. pag. 156).

3) Synode van Harlingen, 1617, Art. 6 (Reitsma, Acta, VI, p. 241) en de Synode van Dokkum, 1618, Art. 4 (1. c. pag. 254).

Sluiten