Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De uitverkiezing is individueel. Want in het eeuwig Raadsbesluit, dat over de bestemming van elk mensch besliste, heeft God niet over families of gezinnen, geslachten of volkeren, maar over bepaalde personen uitspraak gedaan. Want wel leert de Schrift ons, dat er ook een uitverkiezing is van geslachten en volkeren, maar deze uitverkiezing is niet zaligmakend en mag met de uitverkiezing in eigenlijken zin niet verward worden. Ook de voorstelling, door de ethischen in zwang gebracht, dat God „de gemeente" heeft uitverkoren, is in' dien zin, waarin zij dit bedoelen, niet juist. De uitverkiezing in eigenlijken zin is persoonlijk, raakt de enkele individuen, beslist wie van hen zalig worden zal en wie niet. Zoo leert het ons de Schrift. „Degenen, die God van te voren gekend heeft, dus bepaalde personen, heeft Hij verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te worden", zegt de Apostel Paulus. In het boek des Levens staan van eeuwigheid af de namen geschreven — en wat is persoonlijker dan de naam? — van hen, die tot de zaligheid bestemd zijn. En wat alles af doet, waar de Apostel Paulus dit mysterie in al zijn diepte ons verklaren wil, beroept hij zich op het woord van den profeet: Jacob, zegt God, heb Ik lief gehad en Ezau heb ik gehaat. Bovendien, waar de Schrift ons leert dat de uitverkiezing niet alleen de menschen, maar ook de engelen geldt, blijkt dit niet minder duidelijk. Want de engelen vormen geen familiën en geslachten, hebben geen organisch verband, maar staan elk op zichzelf. De uitverkiezing geldt dus, gelijk Augustinus, om elk misverstand af te snijden, het uitdrukte, certus numerus, een vast, een zeker getal van personen, Gode van eeuwigheid bij name bekend.

Het Genadeverbond daarentegen, waardoor God zijn eeuwig voornemen in den tijd uitvoert, is niet individueel maar organisch. Wat we daarmee bedoelen, is dit. Indien het God den Heere behaagd had om nu uit dit, dan uit dat geslacht een uitverkorene plotseling tot geloof te brengen en daarna terstond af te snijden uit dit leven, om hem in de zaligheid te doen ingaan, zou er van een Genadeverbond geen sprake kunnen zijn. Zooals de Schrift toch de verbondsgedachte voor ons vertolkt, wordt dat verbond nooit gesloten met enkele individuen, los op zichzelf staande, maar is het altoos een verbond met ons en

Sluiten