Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

baar, openbaart zich naar buiten, neemt zichtbaren vorm en gestalte aan. In Gods Raadsbesluit is het geheel en volkomen, zonder dat éen lid van dat lichaam ontbreekt, zooals de Zoon het eens aan den Vader voorstellen zal. Maar ingaande in de historie van ons menschelijk geslacht, vleesch en bloed aannemende, en optredende onder de menschen, groeit en wast het, neemt het toe in getal en omvang, door de kracht die van Christus als het Hoofd uitgaat. En telkens put de Apostel Paulus zich uit in nieuwe woorden en beelden om den heerlijken wasdom en opbouw van dat lichaam van Christus ons te teekenen, waarvan de geloovigen ons nu eens als levende steenen worden voorgesteld, waaruit de tempel Gods is saamgesteld, dan weer als leden van Christus' lichaam, die elk hun eigen plaats en eigen roeping hebben ontvangen.

Wordt zoo de diepere eenheid van uitverkiezing en genadeverbond reeds duidelijk, nog meer blijkt dit, wanneer in de tweede plaats er op gelet wordt, dat juist om dit organisch verhand te handhaven, de gouden lijn der uitverkiezing doorloopt in de geslachten. Bij de uitverkiezing zelf hebben we geen anderen grond te zoeken dan het vrijmachtig welbehagen Gods. In het menschenkind is er geen enkele oorzaak, waarom God den een uitverkoren en den ander verworpen heeft. Allen hadden gezondigd en derfden de heerlijkheid Gods. En al wat er schittert aan geloof en toewijding en ijver voor Gods eer en liefde tot God in de uitverkorenen, is niet de oorzaak, maar de vrucht der uitverkiezing. Uw vrucht wordt uit Mij gevonden, zegt de Heere.

Maar daarom is die uitverkiezing toch geen willekeur, geen hazardspel geweest, geen bloot toeval. Dat ook maar te denken, zou reeds een lasteren zijn van uw God. Al blijft de eenige oorzaak het welbehagen Gods, om daarmede alles in den mensch af te snijden — dat welbehagen zelf, is de wil van een heiligen en wijzen God, die niets doet zonder oorzaak. En al ligt de oorzaak van dien wil zoo diep verborgen in Gods innerlijk wezen, dat geen mensch daarin ooit door te dringen vermag, die oorzaak is er toch; een oorzaak niet alleen van de uitverkiezing generaal genomen, maar ook een oorzaak voor de uitverkiezing van eiken bepaalden persoon.

Maar al hebben we hier geloovig te aanbidden wat ons ver-

Sluiten