is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamabdil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil, dat de ouders al hunne kinderen als erfgenamen van het rijk der hemelen zullen opvoeden en tot geloof en bekeering zullen vermanen.

Op het subjectief gevoel der ouders kunt ge hier dus niet afgaan. Veeleer zou dan de regel te volgen zijn, dat ge wachten moet totdat bij een kind op later leeftijd de vrucht der verkiezing in waarachtig geloof en krachtdadige bekeering èn voor zijn eigen zielsbesef èn voor de gemeente gebleken was. Toch kan ook deze uitweg, door Wederdoopers en Labadisten gekozen, die daarom den kinderdoop verwierpen en alléén volwassenen, die tot belijdenis van hun geloof gekomen waren, doopten, niet baten.

Want wel houden we tegenover Rome met onze Vaderen te Dordt beslist staande, dat „de uitverkorenen van hunne eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid in dit leven verzekerd worden", maar daarbij mag niet vergeten worden, wat diezelfde vaderen er aan toevoegden, dat dit geschiedt »te zijner tijde en »bij onderscheidene trappen en met ongelijke mate*. God schenkt die zekerheid dus wel, maar »te zijner tijd«, wanneer het Hem behaagt, en bij allen is die zekerheid niet even sterk en krachtig. De heerlijke jubel des geloofs: Ik weet in Wien ik geloofd heb, wacht soms zelfs tot het einde des levens. En zelfs waar die zekerheid in de ziel reeds eerder doorbreekt, komen er straks door eigen schuld en afdwaling weer tijden, dat »de oefening des geloofs verbroken wordt en het gevoel der genade te loor gaat.c Mechanisch, werktuigelijk gaat het in het leven van Gods kind nooit toe. Ook de verzekering van uwe uitverkiezing is geen van buiten geleerd lesje, dat ge telkens opzeggen kunt, wanneer ge maar wilt. Ze is een vrucht van die wonderbare leiding des Heiligen Geestes, die met onzen geest getuigt, dat wij kinderen Gods zijn. Waar die Heilige Geest bedroefd wordt door uw zonde of ongeloovigheid, kan die vrucht ook niet door u genoten worden. En zelfs behoeft niet altijd eigen zonde of opzettelijk ongeloof de oorzaak te zijn, dat deze vrucht ons ontnomen wordt. »Want de Schrift leert ons, — zoo zeggen de leerregels van Dordt terecht — dat de geloovigen in dit leven tegen onderscheidene twijfelingen des vleesches te strijden hebben en in zware aanvechting gesteld zijnde, dit volle betrouwen des