is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamabdil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

Het doopbevel.

Zoo blijft dus als eenige tekst uit het Nieuwe Testament, waarop de voorstanders der volkskerk zich met eenigen schijn van recht beroepen kunnen, het doopbevel van Christus in Matth. 28: 19.

„Gaat heen, onderwijst al de volken, hen doopende in den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geest es, leerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb."

Om dit bewijs nog sterker te maken wijst men er op, dat onze vertaling minder juist is. Het woord, dat onze overzetters hebben^ weergegeven door onderwijst beteekent eigenlijk: maakt tot mv)n discipelen. Het oorspronkelijke woord matheteuein van mathetes discipel afgeleid, komt in het Nieuwe Testament slechts viermaal voor, drie maal bij Mattheus en eenmaal in de Handelingen der Apostelen. Tweemaal hebben onze Statenvertalers het letterlijk weergegeven door tot discipelen maken of discipel zijn\ zoo in Matth. 27: 57 waar van Jozef van Arimathea gezegd wordt, dat hij „een discipel van Jezus was", en Hand. 14: 31 waar staat dat „de apostelen in die stad het evangelie verkondigd en vele discipelen gemaakt hebben." Op beide plaatsen zou de vertaling onderwijzen geen zin hebben gehad. En ook op de derde plaats Matth. 13: 52, waar onze overzetters het woord onderwijzen gebruiken, verdient de vertaling tot discipel gemaakt, toch de voorkeur. Er is daar sprake van den schriftgeleerde, die uit zijn schat oude en nieuwe dingen te voorschijn brengt, nadat hij eerst onderwezen of liever een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen.

De juistheid dezer opmerking wordt voetstoots toegegeven.