is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamabdil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Reeds onze oude Gereformeerde exegeten hebben dezelfde opmerking gemaakt, en alle nieuwe uitleggers zijn het hiermede eens. Onze Staten-overzetters, die zich aan de Vulgata aansloten, waren hier minder nauwkeurig. Er staat letterlijk: Gaat henen, maakt alle volkeren tot mijne discipelen.

Geheel anders echter staat het met de exegese, die de voorstanders der volkskerk hieraan verbinden. Volgens hen zou Christus hier aan zijn Apostelen bevelen, niet om degenen, die door de prediking tot geloof gekomen zijn, te doopen, maar om de volken in hun geheel, als eenheid gedacht, tot zijn discipelen te maken, te kerstenen. Dit kerstenen van de volken zou dan moeten geschieden door de volken eerst massaal te doopen (hen doopende) om daarna deze gedoopte volken te onderwijzen in de Christelijke religie (hen leerende alles te onderhouden) De volgorde zou dus niet deze zijn, dat de volken eerst onderwezen moesten worden in de Christelijke religie en daarna gedoopt, maar juist omgekeerd. De doop zou voorop moeten gaan om het volk te kerstenen, en daarna zou de onderwijzing moeten volgen. Voor die opvatting meenen ze nog te meer steun te vinden in het feit, dat in verschillende oude handschriften van het N. Testament niet staat: hen doopende en hen leerende, als twee gelijktijdige handelingen, die gecoördineerd zijn, maar hen gedoopt hebbende (pabtisantes) zoodat de doop hier uitdrukkelijk vóór het leeren zou gesteld worden. Zoo vindt men dan in dit doopsbevel heel de idee der volkskerk terug. Tot Christus moet gebracht worden het volk als volk (maakt de volken tot mijne discipelen) en dit moet geschieden door eerst het geheele volk te doopen en aldus in de Christelijke Kerk in te lijven, en daarna dat gedoopte volk te leeren Christus' geboden te onderhouden.

Is deze opvatting van het doopbevel juist, dan is de zaak metterdaad uitgemaakt. Wat de Koning der Kerk gebiedt moet onvoorwaardelijk worden gehoorzaamd. Voor Zijn woord zwicht alle tegenspraak. We kunnen dan ook volkomen begrijpen, hoe sterk de voorstanders der volkskerk met deze exegese wanen te staan.

Alleen, wie het zoo opvat, moet dan ook den moed hebben ronduit te verklaren, dat de Belijdenis onzer Kerk op dit punt feil gaat. Wanneer onze Geloofsbelijdenis, onze Catechismus en