Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zult niet heengaan op den weg der heidenen (ook hier staat weer ethnoon, de niet-Israëlitische volken) en gij zult niet ingaan in eenige stad der Samaritanen, maar gaat veel meer heen tot de verlorene schapen van het huis Israëls* (Matth. 10 : 5, 6). Thans, na Christus' opstanding, wordt dit verbod opgeheven en zegt Hij juist omgekeerd: »gaat heen en maakt alle volken (ook hier staat weer ethne) tot mijne discipelent. Calvijn verklaart daarom terecht, dat Christus met deze woorden niet anders bedoelt, dan dat »het onderscheid weggenomen wordt, dat tot dusver tusschen de Joden en de Heidenen bestond en dat zij beide nu zonder onderscheid worden toegelaten tot de gemeenschap des verbondsc. Met dat al de volken wordt niet anders bedoeld, zegt hij, dan wat Christus in Matth. 16 zegt: >Gaat heen in de geheele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen<. Christus openbaart hier aan zijn Apostelen de groote verborgenheid dat de middelmuur des afscheidsels tusschen Israël en de heidenen is weggenomen en dat de zegening van Abraham nu ook tot de heidenen komen zal. Al de volken is hetzelfde als alle creaturen en de geheele wereld. De nadruk valt niet op volken, alsof da volken als volken in hun organisch verband genomen, tot discipelen moeten worden gemaakt, maar op het alle. Het universalisme der Nieuwe Bedeeling wordt hier geopenbaard.

Maar juist daaruit blijkt, dat van een nationaal verbond met een bepaald volk geen sprake meer zijn kan. Een nationaal verbond is uit zijn aard altijd particularistisch; het dient om dat bepaalde volk als volk van andere volken te onderscheiden en af te zonderen. Het al de volken snijdt daarom dit nationaal verbond voor goed af. Het wil juist zeggen, dat de Kerk onder de Nieuwe Bedeeling niet meer saamvalt met één bepaald volk, zooals bij Israël, maar dat ze alle volken moet omvatten, dat ze oecumenisch moet zijn, dat ze een wereldkerk worden moet.

Zoo alleen sluit dit bevel zich aan aan wat er vlak voorafgaat: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Mij, zegt Christus, komt de wereldheerschappij toe, niet alleen over de Joden, »maar over de uitverkorenen uit alle volken, welke in het einde der dagen uit alle einden der aarde verzameld zullen worden,» gelijk Zahn in zijn Kommentaar het terecht verklaart. Daarom gelast

Sluiten