is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamabdil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te erkennen. Die doop is geen doop en wie uit zulk een secte tot de christelijke Kerk overgaat, behoort niet opnieuw gedoopt te worden, maar voor het eerst den christelijken doop te ontvangen. En waar onze Kerken toch nooit geaarzeld hebben om den Roomschen doop te erkennen, lag daarin tegelijk de erkenning opgesloten, dat het Genadeverbond zich verder uitstrekt dan de Gereformeerde Kerk en ook na de Reformatie nog in de Roomsche Kerk bleef voortduren.

De dieper denkende geesten hebben dit wel gevoeld. Gelijk we reeds vroeger zagen, heeft Calvijn in zijn Aanhangsel op het Interim op dien grond verdedigd, dat ook kinderen van roomsche ouders terecht gedoopt werden. En niet minder belangrijk is een uitvoerig advies, dat Beza over deze quaestie heeft gegeven. «Men kan, zegt hij, de papisten niet op één lijn stellen met de Turken. Want al is het waar, dat men niet tegelijk Christus en den Paus kan dienen, toch is het zeker, dat het Pausdom een afgedwaald deel van de Christelijke Kerk is. Daarom heeft ook onze Heere den doop, d.i. de inlijving in Zijne Kerk, in het midden van het verderf van het Pausdom in stand gehouden, waaruit blijkt dat, ofschoon het Pausdom geen Kerk is, toch in het Pausdom de Kerk als 't ware verborgen was en is, wat van de Turken geenszins gezegd kan worden, die nooit Christus hebben beleden.» (Beza, Tract. Theol. § H, p. 217, ed. 1582.)

Om voor dit gevoelen een steunpunt in de Heilige Schrift te vinden, beriepen onze Gereformeerde theologen zich op de belofte Gods, dat het Genadeverbond doorgaat tot in het duizendste geslacht. Al was in zulk een «verbondsgeslacht» allerlei zonde en ongerechtigheid ingeslopen, onze ontrouw doet de trouwe Gods niet te niet, en Hij houdt dat verbond staande aan de kinderen en kindskinderen dergenen, die Hem vreezen. De ouders van zulk een kind mochten dan al niet «geloovigen» zijn in den vollen zin des woords, de continuïteit van het Genadeverbond bracht mee, dat een kind uit zulk een geslacht geboren, toch als «heilig» moest beschouwd worden en daarom recht had op den doop.

Nu is het ongetwijfeld waar, dat de Schrift het Genadeverbond niet bindt aan één geslacht. In Jesaja 59: 10 wordt gezegd: «Mij aangaande, dit is Mijn verbond met hen, zegt