is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamabdil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onze Gereformeerde Kerken hebben dan ook nooit geaarzeld te erkennen, dat het Genadeverbond zich verder uitstrekt dan de Gereformeerde Kerk. Toen op de Synode van Dordt in 1578 de vraag gedaan werd, of men ook kinderen en papisten doopen zou, luidde het antwoord: «Overmits de doop den kinderen, die in het verbond Gods staan, toekomt en het gewis is dat deze kinderen buiten het verbond niet zijn, zoo zal men ze van den doop niet weren.» Daargelaten de vraag, in hoeverre deze Synodale beslissing als juist te beschouwen is, blijkt er duidelijk genoeg uit, dat onze Kerken er niet aan gedacht hebben de kinderen van roomschen als buiten het Genadeverbond staande, te beschouwen.

Het katholiek karakter van het Genadeverbond, indien we dit zoo noemen mogen, blijven ook wij daarom handhaven. Het Genadeverbond strekt zich uit zoover als de Christelijke Kerk zich uitstrekt. En het teeken van het Genadeverbond is daarom, gelijk Calvijn het terecht noemde, het symbolum commune, het teeken dat aan alle Christelijke Kerken gemeen is. In de erkenning van elkanders doop komt bij alle verschil van geloofsovertuiging de heerlijke belijdenis van onze Apostolische Geloofsbelijdenis tot uiting, dat we gelooven: Eene, heilige, algemeene, Christelijke Kerk.

De ruime opvatting, die onze vaderen van het Genadeverbond hadden, is op zich zelf dus niet te veroordeelen. Zoodra men komt te staan voor de vraag, of het Genadeverbond zich uitsluitend beperkt tot de Gereformeerde Kerk, dan wel alle Christelijke Kerken omvat, kan niet anders geantwoord worden, dan dat het Genadeverbond zich zoover uitstrekt als de Christelijke Kerk. Overal waar de belijdenis van Christus nog niet uitgebluscht is, waar nog eenigermate een Christelijke Kerk gevonden wordt, houdt ook het Genadeverbond nog stand.

Maar daaruit volgt nog niet, en dat is door onze vaderen niet altijd genoegzaam onderscheiden, dat de Gereformeerde Kerk, waar ze zelf de teekenen en zegelen van het Genadeverbond heeft uit te reiken, niet strenger eischen heeft te stellen en voor de heiligheid van het Genadeverbond niet te waken heeft. Bij het Avondmaal is dat wel gevoeld. De Gereformeerde Kerk heeft nooit tot den Disch des Verbonds toegelaten degenen die geen belijdenis des geloofs in de Gereformeerde Kerk hadden