Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En niet alleen dat deze hooge eeretitels in het opschrift of de adressen dezer brieven aan de leden der gemeente gegeven worden, maar in de brieven zelf worden ze telkens «broeders», «geliefden», «menschen Gods» genoemd. En elke vertroosting en elke vermaning, die tot de leden der gemeente uitgaat, is gegrond en rust op die onderstelling, dat ze kinderen Gods, dat ze uitverkoren zijn naar de voorkennisse Gods.

Wanneer men in sommige gemeenten het den prediker wel eens euvel duidt, dat hij de heele gemeente als broeders, als geloovigen aanspreekt; hem veroordeelt, wanneer hij van den kansel zegt tot de gemeente, dat Christus ons gekocht heeft met zijn bloed, en dat God om Christus wil onze Vader is, en meent dat dit alles naar de algemeene verzoening riekt, dan kent men de brieven der Apostelen al zeer weinig. Want de Apostelen van Christus hebben de leden der gemeente nooit anders dan als geloovigen aangesproken. Als Paulus aan de gemeente van Korinthe schrijft, dat geen hoereerders, afgodendienaars, dieven noch dronkaards het Koninkrijk God zullen beërven, dan laat hij daarop terstond tot vertroosting der gemeente volgen: «En dat waart gij sommigen, maar gij zijt afgewasschen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in den Naam van den Heere Jezus en door den Geest onzes Gods.t (I Kor. 6:11). Heerlijker weldaden, dan hier opgenoemd worden, zijn nauwelijks denkbaar. Gewasschen in Christus bloed, gerechtvaardigd van de zonde, geheiligd door den Geest onzes Gods ! En toch aarzelt de Apostel geen oogenblik om dit alles op de gemeente des Heeren in haar geheel toe te passen : Gij zyt afgewasschen, geheiligd, gerechtvaardigd.

En niet alleen dat de Apostel met die verbondsgedachte de gemeente troost en bemoedigt, maar hij ontleent daaraan de kracht tot alle vermaning. Wanneer de Apostel de leden van diezelfde gemeente te Korinthe waarschuwen wil om de hoererij te ontvlieden of geen dienaars van menschen te worden, dan grondt hij beide malen die vermaning daarop, dat ze als leden der gemeente het eigendom van Christus zijn: <want gij zijt duur gekocht, zoo verheerlijkt dan God in uw lichaam en uwen geest, welke Godes zijn.» (I Kor. 6: 20 en 7 : 23). En evenzoo, wanneer de Apostel de gemeenten in Galatië vermaant om niet door de wetpredikers van het Evangelie te worden

Sluiten