Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XI.

De bedoelingen weerlegd.

Naar het oordeel der liefde, heeft de kerk dus niet alleen de volwassene geloovigen, maar ook «het zaad des verbonds, krachtens de belofte Gods voor wedergeboren en in Christus geheiligd te houden, totdat bij het opwassen, uit hun wandel of leer het tegendeel blijkt.» Dat is de verbondsbeschouwing onzer Gereformeerde kerken, gelijk ze op haar jongste generale Synode met zeldzame eenparigheid hebben beleden. Terwijl ze tegelijk, om elk misverstand af te snijden, er aan herinnerd hebben, «dat dit oordeel der liefde, waardoor de kerk het zaad des verbonds voor wedergeboren houdt, geenszins zeggen wil, dat daarom elk kind waarlijk wedergeboren zou zijn, omdat Gods Woord ons leert, dat niet allen Israël zijn, die uit Israël zijn, en van Izak gezegd wordt: in hem zal u het zaad worden genoemd (Rom. 9:6, 7).» Onze Gereformeerde kerken hebben daarmede getoond, de verbondsleer onzer vaderen onvervalscht te willen handhaven, zonder daarom ook maar in het minst te kort te willen doen aan den eisch, dat in «de prediking steeds op ernstig zelfonderzoek moet worden aangedrongen aangezien alleen wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden.»

En niet minder beslist hebben onze Gereformeerde kerken op diezelfde Synode de rijke en heerlijke beteekenis van de Sacramenten van het Genadeverbond gehandhaafd. Al ontkende de Synode niet, dat de «waarheid des Sacraments» alleen aan de geloovigen geschonken wordt; al liet ze de vraag, of bij de uitverkoren kinderen de beteekende zaak altijd en in elk geval aan het Sacrament voorafgaat, in het midden, omdat de Schrift

Sluiten