is toegevoegd aan uw favorieten.

Hamabdil

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hieromtrent geen besliste uitspraak doet, ze handhaafde, dat de Sacramenten geen ijdele of ledige teekenen zijn om ons te bedriegen, maar, naar hun aard en wezen, de weldaden van het Genadeverbond verzegelen en bekrachtigen. En met name ten opzichte van het Sacrament des heiligen doops leerde zij, dat overeenkomstig onze belijdenisschriften, dit Sacrament beteekent en verzegelt de afwassching der zonden, door het bloed en den geest van Jezus Christus, d. w. z. de rechtvaardigmaking en de vernieuwing door den Heiligen Geest als weldaden, die God aan ons zaad geschonken heeft.

Naar het verbond der genade moeten de kinderen der geloovigen dus de kinderen Gods, als uitverkorenen, als gerechtvaardigden en wedergeborenen beschouwd worden. Al weet de kerk uitnemend wel, dat deze beschouwing of «onderstelling» niet altoos juist zal blijken, toch mag ze daarom deze verbondsbeschouwing van het zaad der kerk niet prijs geven. Ze heeft niet te vragen of deze onderstelling in elk geval met de werkelijkheid zich dekt, maar oj God de Heere wil dat zijn kerk zoo over de kinderen des verbonds oordeelen zal. En indien Gods Woords ons deze verbondsbeschouwing van de kinderen der geloovigen leert, dan heeft elk geloovige kinderlijk voor dien eisch der Schrift het hoofd te buigen. We mogen naar de ernstige vermaning van onzen Catechismus, niet wijzer willen zijn dan God, en beter willen weten dan Hij, wat voor de handhaving van de waarheid of voor de zaligheid onzer zielen noodig is.

Bovendien, deze moeilijkheden en bezwaren doen zich niet alleen bij de leer des Verbonds voor, maar bij elk mysterie, dat God ons heeft geopenbaard. Ze gelden evenzeer, en zelfs in nog sterkere mate, bij de leer der rechtvaardigmaking door 't geloof en bij de leer der uitverkiezing. Reeds in de dagen der apostelen, kwam bij velen de bedenking op, of deze leer van de rechtvaardigmaking door het geloof, geen goddelooze en zorgelooze menschen maakt. Indien de mensch niet door de goede werken maar alleen door 't geloof in Christus gerechtvaardigd wordt, had men dan geen gelijk met te zeggen: Laat ons de zonde doen, opdat de genade te meerder worde ? En indien God naar zijn vrijmachtig welbehagen zich ontfermt over wien Hij wil en verhardt wien Hij wil, valt dan de ver-