Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ootmoed. De man, die als een profeet en getuige optrad te midden van zijne tijdgenooten, was tevens, naar het getuigenis van Capadose in 1867, bij uitnemendheid een man des gebeds. Ln wij verstaan, dat Jer. de Vries van hem getuigen kon : onoprecht, hooggevoelig, trotsch was hij, wat anderen ook mogen denken of beweren, volstrekt niet 3).

Dergelijke tegenstellingen zijn er nog vele meer in Bilderdijk waar te nemen. Zij nemen in aantal toe, naarmate wij meer intiem kennis met hem maken. Zoo valt het niet te ontkennen, dat hij driftig, oploopend, kort aangebonden was, een lastig humeur had en aan zijne kwade luim al te dikwerf bot vierde ; maar het staat even vast, dat hij menigmaal goedhartig, medelijdend, hulpvaardig was en soms zelfs overdreven dankbaar voor de geringste blijken van genegenheid 2). Eenerzijds hield Bilderdijk ervan, om zich als zeer onpractisch, onervaren en onbeholpen in de dingen van het dagelijksch leven voor te stellen ; hij wist niet, of een pond vleesch, dat twee stuivers of twee gulden kost, in het eene geval goedkoop, in het andere geval duur te noemen is 3); in al die zaken was hij de grootste domkop, die er leefde 4); van geld en rijkdom had hij van kindsbeen af een zonderlingen en onberedeneerden afkeer 5). Maar ter anderer zijde blijkt hij van al die kleine zaken heel goed op de hoogte te zijn; niets ontsnapt er aan zijne aandacht; in het tanden krijgen der kinderen, in het zogen der moeder, in het aanwenden van geneesmiddelen tegen allerlei kwalen stelt hij levendig belang 6); en zijne minachting van geld en rijkdom sproot niet daaruit voort, dat hij door beperking zijner behoeften er zich onaf hankelijk van had weten te maken, maar hing veeleer samen met zijne zucht, 0111, gelijk Da Costa het uitdrukt 7), den grand seigneur te spelen en zich boven dergelijke nietigheden ver verheven te achten. Zoo ook maakt Bilderdijk niet altijd den indruk, dat hij oei lijk en oprecht met zichzell en zijne medemenschen omgaat ; dit blijkt niet alleen uit de onverdedigbare wijze, waarop hij zijn eerste huwelijk verbroken en zijn tweede gesloten heeft,

„V, Brieven 11 bi. XI. 2) Brieven II voorrede bl, XI en 276. Verg. Kollewv/n II 388, 404, 425. 3) Brieven II 79. 4) Brieven II 92 5) Gesch des Vad. XIII 29. 6) Brieven I 277. 7) De Mensch en de Dichter bl. 245.

Sluiten