Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overdrijving en onmatigheid 1). Door haar leeren wij verstaan zijn goedhartigheid, innigheid, teederheid, medelijden, behoefte aan sympathie. En met haar staat ook in nauw verband de eigenaardige wereldbeschouwing, die hij langzamerhand zich verworven heeft. Mits het niet opgevat worde als eene vergoelijking van zijne zondige woorden en daden, kan men zeggen, dat de gebreken bij Bilderdijk de keerzijde zijner deugden waren. Hij zou niet de zelfstandige geest, de veelomvattende geleerde, de machtige dichter, de moedige strijder zijn geweest, indien hij niet die wonderbare sensibiliteit hadde bezeten, welke ook de haard van zijne minder edele hartstochten was.

Maar hiermede is toch nog niet genoeg gezegd. Ëij dit subjectief kwam een objectief element. Door geboorte en opvoeding, door het lezen in den Bijbel en in Cats, door de poëzie en door de wijsbegeerte werd Bilderdijk een steeds inniger belijder van het Christendom. Hoezeer men wenschen moge, dat dit Christelijk geloof hem in zijn persoonlijk en openbaar leven nog meer beheerscht hadde, dan het feitelijk gedaan heeft ; het heeft toch een onuitwischbaren stempel op zijne persoonlijkheid gezet. Men huivert bij de gedachte, wat er van Bilderdijk met zijne sterke zinnelijke natuur, met zijn zelfstandigen geest, met zijn bruischenden hartstocht, met zijne groote gaven geworden zou zijn, indien hij zich niet in ootmoed had leeren buigen voor zijn Heiland en Heer. Maar Christus is dezen sterken geest te sterk geweest. Daardoor trad er in Bilderdijks persoonlijk leven een bange worsteling in, niet maar tusschen plicht en lust, maar veel dieper en ernstiger tusschen het vleesch en den geest, zooals Paulus daarvan spreekt. Zijne geschriften dragen daar de menigvuldige, treffende bewijzen van. Maar nergens heeft hij er aangrijpender van gesproken, dan in deze weinige woorden : ;/Ik beschouw mijn geheel doorgeworsteld leven als een staat van aantrekking van God en terugstooting van mijne zijde, waarin de genade met het verderf in een eindeloozen strijd is. Die dit leest, bidde voor mij" 2). Eene worsteling van zonde en genade, dat is het leven van Bilderdijk

1) Onmatig, zegt Bilderdijk van zichzelf, ben ik uit de aart, omdat niets mijne behoefte vervult, zelfs voor geen oogenblik, en mijne ziel geene bepaling denken of lijden kan. Gesch. des Vad. XIII 30.

2) Geschiedenis des Vaderlands XIII 31.

2

Sluiten