Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in handen gekregen, en had geen hooger wensch dan deze te behouden ; zoo verzette zij zich met alle kracht tegen elke zelfstandige beteekenis van het huis van Oranje en wist het zelfs zoover te brengen, dat zij eerst Willem IV en daarna vooral Willem V geheel en al aan hare macht onderwierp en aan haar belangen dienstbaar maakte ; en wijl zij zich van den kant van Engeland met een achteruitgang van haar handel en kapitaal bedreigd zag, was zij ook om deze reden Franschgezind. De volkspartij was echter van oudsher met hart en ziel aan het huis van Oranje verknocht; in de Prinsen uit dat huis zag zij de van Godswege geroepen beschermers van de rechten des volks tegenover de oppermachtige Regentenpartij ; en toen Willen IV en Willem V tegen deze partij niet opgewassen bleken te zijn, en meer en meer hare dienstknechten en slaven werden, werd zij diep teleurgesteld en vond zich van allen steun en hulpe beroofd. In deze binnenlandsche toestanden vormde zich onder invloeden van buiten eene nieuwe partij, die aanhangers won onder beide genoemde partijen, ingang vond bij burgers van alle rangen en standen, en weldra onder den naam van Patriotten of Keezen zelfstandig optrad. Bekoord door de rechten van den mensch en de souvereiniteit van het volk, was zij zoowel tegen de macht van de Regenten als tegen die van den Stadhouder gekant. Eerst ging zij met de Regenten saam, om de macht van den Stadhouder te breken; daarna keerde zij zich tegen de Regenten zeiven, om ook aan hun régime een einde te maken. Want het was deze partij te doen om de verwezenlijking der oppermacht van het Volk. De nieuwe ideeën, versterkt nog door den Amerikaanschen vrijheidsoorlog, wekten in hare gelederen eene onbegrijpelijke geestdrift. En „niets werd verzuimd, om de bevolking in opgewondenheid te brengen. Het land werd met een vloed van couranten, tijd- en vlugschriften, politieke tractaten bedekt. Overdrijving, leugen, laster, hoon, spotternij, geen middel zoo verachtelijk, dat niet, ten dienste der nieuwe begrippen, en dus ter verguizing van de overheden en van den stadhouder, gebruikt werd 1 j. Aan groote woorden, klinkende leuzen, holle phrasen

1) Groen van Prinsterer, Handboek der Gesch. van het Vaderland vierde druk bl. 559.

Sluiten