Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zich der broze klei erbarmde, die Gij vormde naar Uw beeld.

God uit God, door wien die weldaad uit den Vader nedervloeit,

Zendt den Trooster, den geleider, die ons koude hart ontgloeit!

Neen, geen stervling kan zich redden, ook na die voldoening niet; Niemand naadren tot Zijn Heiland, die hem troost en redding biedt; Niemand kan dit heil verwerven, niemand zoeken, hoe beklemd Zelfs geen zucht tot Hem verheffen ! God is 't die ons lot bestemt. Hij verkiest ons uit Genade; Hij, Hij trekt ons tot dat heil: 't Is niet voor ons menschlijk willen, niet voor't menschlijk pogen veil. Die ons uit genade 't aanzijn, uit Gena verzoening schonk, Die herschept ons uit Genade door een nieuwe levensvonk.

Duik, o hoogmoed! eer d' Ontfermer! Enkel niet, en bloote schijn, Zoudt ge uzelf der wraak onttrekken, God uw medehelper zijn ? Neen, val neder, smeek genade; smeek, en neem ze dankbaar aan! Geef Hem de eer, gij stof des aardrijks, en vervloek uw eigenwaan ! 1)

1) Dichtw. V 386.

Sluiten