is toegevoegd aan uw favorieten.

Bilderdijk als denker en dichter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijne levenswijze. Kollewijn zegt terecht 1): Over het algemeen was hij omtrent aardsche, stoffelijke zaken, al konden zij hem irriteeren, in den grond van zijn hart onverschillig. In eten en drinken was hij het tegendeel van //onmatig". Maar Kollewijn voegt er aan toe : Een uitzondering was er : de sexueele driften woedden sterk in hem. Deze opmerking wordt echter, inzoover ze een blaam op Bilderdijk zou kunnen werpen, terstond te niet gedaan door de volgende woorden : toch gaf hij zich niet aan uitspattingen over. Indien het leven van Bilderdijk dit laatste inderdaad bevestigt, mogen zijne erotische gedichten niet als bewijsstuk gelden van zijne buitensporige hartstochtelijkheid. Want afgezien van de vraag, in hoever Bilderdijk mot deze opteekening en publicatie zijner erotische gedichten de wetten van moraal en kunst overtrad, hij gaf in elk geval daarin slechts uiting aan hetgeen algemeen menschelijk is en hem daarom tot geen bijzonderen grief mag gemaakt worden. Edoch, asceet was Bilderdijk niet; hij kwam er rond voor uit, dat hij de gemeenschap des huwelijks eerde als eene uitnemende gave van Gods goedheiden meende, dat deze gave evenals elke andere ter verheerlijking Gods genoten kon worden. Zoo gunde hij, dat ieder zich op zijne wijze verlustigde 2), keurde het gebruik van specerijen, kruiden, wijn, bier, sterke dranken, tabak enz. niet altijd en onvoorwaardelijk af 3).

Maar heftig ging hij het misbruik te keer, dat er thans algemeen van gemaakt wordt. Zooals hij den wellusteling veracht, wiens uitgemergeld rif aan het einde rammelend in het graf zinkt 4), zoo toornt hij op den dronkaard, die ten slotte geen redelijk wezen meer blijft 5), en op ieder, die de matigheid uit het oog verliest. Met name uit hij zijn afkeer van de specerijen der Oosterlanden, den rijken schat der geurige Molukken 6), de producten van Amerika, die in degelijkheid voor die van de Oostersche landen verre onder doen 7), de spiritualia, eaux de cologne en al dergelijke, die oorzaak zijn van de veelvuldig voorkomende mislukkingen der zwangerschap 8), en dan weer in bij-

1) Kollewijn II 391. 2) Dichtw. VII 250. 3) Dichtw. VI 430. VII 244 v. 4) Dichtw. VI 390. 5) Dichtw. VII 250. 6) Dichtw. VI 431. 7) Dichtw. IX 355—358. Opstellen II 117. 8) Brieven V 52.