Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vernederd, lot slaaf van zijn lichaam gemaakt en geheel de schepping in samenhang en orde verstoord 1). Het lichaam is door alles vernielbaar 2); door oorzaken van binnen en van buiten wordt licht het evenwicht der deelen verbroken en daardoor de gezondheid verstoord. Wegens de innige verbintenis van zielen lichaam kan ook de arbeid van het denken het lichaam vermoeien en uitputten, want de arbeid van het hoofd is niet geringer dan die van de hand :

Neen, 't oog bezwijk' van licht, het oor, van klank te drinken;

De moegewerkte hand moog machtloos nederzinken;

Het werktuig, waar de ziel door oordeelt, door besluit,

Put door zijn werking zich naar de eigen wetten uit. 3)

Maar als ziekten of kwalen het lichaam aantasten, verheft aanstonds de pijn, deze weldaad van God, hare stem en roept ons toe :

„Laat af, houd op, herstel u, spaar uw krachten !

„Laat de artsenij der rust uw ongemak verzachten !

„Breng 's lichaams werkingskreits in heilzame evenmaat,

„En verg geen werktuig meer dan 't van zich eischen laat!"

O aartsweldadigheid, in 't pijngevoel besloten !

Behoud der dierlijkheid, behoud van Adams loten ! 4)

Gelukkig, wie naar hare stem luistert en tot matigheid terugkeert, dan zal het lichaam zichzelf en den geest versterken. Want de pijn is geen straf, geen geesel der natuur, maar eene poging tot herstelling. Ja zelfs, als zij geen letsel voor kan komen, spant zij toch vezelkracht en dierlijke aandrift in, om het uit te werpen, te bedwingen en te temmen. De ziekte is, gelijk Hippocrites reeds leerde, heelingskracht, geen verdervingszucht 5j. Bilderdijk was daarom geen vriend van die geneeskunst zijner dagen, welke, de natuur verachtend, het lichaam volstopte met allerlei vreemde, uit verre landen geroofde en walgelijk saamgemengde medicijnen 6). Wat hij wilde, was eene geneeskunst, die de natuur als leidsvrouw eerde en voorts haar hielp met in 't veld gewassen bladeren of wortels of wat vrucht des boomhofs, erts of sap weldadig was door koelte of prikklende eigenschap 7), of, gelijk hij het in de Ziekte der Geleerden uitsprak :

1) Dichtw. VI 374, 405. 2) Dichtw. VI 375. 3) Dichtw. VI 389. 4) Dichtw. VI 377. 5) Dichtw. VI 379—381. 6) Dichtw. VI 412. VII 245. 7) Dichtw. VII 245.

Sluiten