is toegevoegd aan uw favorieten.

Bilderdijk als denker en dichter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met de dolle democratie en vorstenhaat 1). Onbegrijpelijk is het, als men de personen der Hervormers in Duitschland beschouwt, en daarbij de Vorsten, hun begunstigers en beschermers, en hoe en uit wat beginselen en met welke gansch niet geestelijke inzichten die handelden, hoe eene gezuiverde kerk heeft kunnen gevestigd worden; en in 't resultaat kan men de hand Gods niet miskennen. Gezag, onafhanklijkheid, willekeur was bij die Heertjens het groote doel, en waar zelfs oprechte pieteit plaats had, werd die door staatzuchtige motieven verduisterd en daarmede vermengd 2).

Soortgelijk was Bilderdijks oordeel over de hervorming hier te lande en over den opstand tegen Spanje. Zijn ideaal lag eigenlijk verder terug, in de grafelijke regeering met haar leenstelsel en ridderwezen. Daarom wenschte hij later, in den bekenden versregel : Spring twee getallen voort, zoo zijt gij wel genaamd., dat Stadhouder Willem V den naam van Graaf Willem VII mocht dragen, om daarmede te kennen te geven, dat hij van de onzalige bekrompenheid van een bloot stadhouderlijk en ondergeschikt gezag bevrijd was 3). De aanranding van de souvereiniteit door de Hoeksche en later door de staatsgezinde partij stond hem evenzeer als de opstand van een volk tegen zijn wettigen heer ten sterkste tegen de borst. In Filips II zag Bilderdijk daarom geen meineedigen koning noch dwingeland, maar een vorst, die ter goeder trouw en ten beste van een verdeeld en weerspannig volk handelde. Alva was in zijne oogen een krijgsman, wel hardvochtig, maar handelend uit beginsel van plicht en voorbeeldig in zijn krijgstucht en zorg voor goede orde en justitie. En Willem van Oranje gold hem wel als een groot en verstandig man, maar niet zonder groote gebreken. Toch keurde Bilderdijk in beginsel den opstand tegen Spanje, althans in Willem, niet af, omdat deze niet maar Filips' leenman, doch als rijksvorst en prins zijns gelijke was 4). Het recht en de beteekenis van den opstand was voor hem inzonderheid hierin gelegen, dat het Prins Willem I om het zuivere Christendom te doen was en dat hij de grondlegger der ware gezuiverde kerk bij ons werd. Als deze Prins eenmaal verklaarde, tot ons behoud een verbond, niet met aardsche vorsten,

1) Brieven IV 101. 2) Brieven IV 104. Opstellen II101,102. 3) Da Costa t. a. p. bl. 65. 4) Bij Ten Kate t. a. p. bl. 44v. Verg. Dichtw. XI 13, 14, 63, 232, 245, 346.