is toegevoegd aan uw favorieten.

Bilderdijk als denker en dichter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Protestantsche secten zich met de Roomsche kerk hereenigen zouden in een volslagen Antichristendom. Maar tegelijk dacht hij, dat dan de oprecht Roomsche Christenen van haar zouden uitgaan en met de geloovige Protestanten Christus-alleen en geen aardschen Stedehouder zouden erkennen 1). Bilderdijk maakte dus onderscheid tusschen de Roomsche kerk, die vooral sedert Trcnte aan vele gruwelijke dwalingen zich had overgegeven en meer en meer Jezuitisch werd, en de vele leden in die kerk, die hij gaarne als oprechte, vrome Christenen erkende. Ook voelde Bilderdijk sympathie voor enkele elementen in leer en cultus, welke in Rome bewaard gebleven waren en door de Hervorming ten onrechte waren verwijderd. Daartoe behoorden het gebed voor de gestorvenen, de biecht, het oliesel, de kloosters, en vooral ook het mysterie des avondmaals 2). Dat brood en wijn teekenen en zegelen waren van Christus lichaam en bloed, daaraan had hij lang niet genoeg ; hij wenschte een veel dieper en innigei verband en voelde daarom zich vanzelf eenigszins aangetrokken door de Roomsche transsubstantiatieleer 8). In zijne brochure : Aan de Roomsch-Katliolyken dezer dagen sprak hij dan ook de meening uit, dat, als de Katholieken de leer der onfeilbaarheid konden prijsgeven, er misschien in andere geschillen veieffening

te verkrijgen ware 4).

Even ruim van hart was Bilderdijk jegens Christenen in andeie kerken gezind. Naar zijne meening was het, tegenover den gemeenschappelijken vijand des ongeloofs, voor de geloovige Christenen in alle kerken roeping, om zich aaneen te sluiten en elkander te sterken. En tot die geloovige Christenen rekende hij allen, die aan de hoofdwaarheden des Christendoms, vooral de leer van de zonde en van de verzoening in Christus, trouw bleven. Met de Oudkatholieken was hij bijzonder ingenomen 5). In het Chiliasme, het Anabaptisme, het Mennonitisme, het Herrnhuttisme, erkende hij gewichtige bestanddeelen van waarheid. Zelfs onder de Arminianen, die overigens van wege hunne vrije wilsleer

1) Brieven IV 97. 2) Een Protestant aan zijne Medeprotestanten, Amsterdam 1816 bl. 32v„ 57v. Alberdingk Thym N korter t a.p.bL184. Verg. ook het gedicht: Aan de Moedermaagd, Dichtw. V 143. 3) Brieven IV 59, 174. V 42. 4) Aan de Roonisch-Katholyken dezer dagen. Dooreen Protestant. Leiden 1823 bl. 32. Een Protestant bl. 65. 5) Bij KoUewyn II 112.