is toegevoegd aan uw favorieten.

Bilderdijk als denker en dichter

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het klatergoud te berooven, waarmede zij schitterden in elks oog. Wie, welke zijne richting ook zij, voor zulk eene overtuiging en voor haar heldenmoed geen eerbied en bewondering gevoelt, is tot het begrijpen en waardeeren van groote mannen onbekwaam ; hij beseft niet, wat het zeggen wil, door eigen hart en ziel te worden aangedreven tot de worsteling met heel eene eeuw, en wat het aan zelfverloochenende inspanning kost, te moeten oproeien tegen den machtigen stroom van zijn tijd. Er moet iets van Goddelijken drang, van profetische bezieling in den mensch wonen, om tot zulk een strijd geneigd en bekwaam te wezen. Zonder een vuur, dat in den boezem gloeit, is het optreden en worstelen van de voorgangers en leidslieden van ons geslacht voor geen verklaring vatbaar. Het menschelijke, het zwakke, het kleine, dat hun eigen is, doet het Goddelijke der roeping niet te niet, welke hen aandreef en staande hield ten einde toe.

Zulk een drang, zulk eene roeping voelde ook Bilderdijk in zich. Hij was overtuigd, dat de Eeuwige hem een indruk had gegeven van het tijdperk, waarin hij leefde, en hem in hetgene hem griefde met deze erkentenis gezegend had. Hij achtte zich door God geroepen, om zijn Naam, zijn Mogendheid, zijn Waarheid eer te geven, zijn Heiligheid, zijn Recht, te aanbidden en te leven 1). Met zulke overtuigingen past het niet, den spot te drijven, noch ook om er slechts een bewijs van ijdelheid en een vrucht van inbeelding in te zien. Het bewustzijn eener Goddelijke roeping is eigen geweest aan allen, die iets groots en goeds in de geschiedenis van het menschelijk geslacht tot stand hebben gebracht.

In deze overtuiging, dat hij iets te zeggen had tot zijn tijd, stond Bilderdijk ook niet alleen. Misschien wel in ons vaderland, maar volstrekt niet, als wij het oog naar andere landen wenden. Dan ontdekken wij spoedig een gansche groep van mannen, in wie een soortgelijke geest aan het gisten was. Midden in de periode, waarin de ,/Aufklarung" aller hart en oog bekoorde, werd de nieuwe tijd reeds voorbereid. Onder invloed van Rousseau en Kant, van Klopstock en Lessing en Wieland vormde zich allengs bij velen de overtuiging, dat het met de heerschende cultuur ten einde liep, dat men breken moest met de sleur, en

1) Dichtw. X 336.