Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne jeugd af vestigde zich zijne aandacht op zijn eigen persoon, niet uit ijdelheid, omdat er slechts één middelpunt in de wereld voor hem bestond, n.1. zijn eigen ik, maar omdat hij in de wereld daarbuiten, in de eeuw, waarin hij leefde, zichzelf niet vinden kon. Daar, in den stroom der wereld, zou hij zichzelf, zijn eigen aard, zijne oorspronkelijkheid en zelfstandigheid, zijne gave en roeping verloren hebben. Elke machtige geestesbeweging begint met zulk een terugkeer tot het subject, niet om daarbij te blijven staan, maar om van uit het subject de nieuwe wereld te ontdekken, waar het hart vol heimwee naar uitziet. Zoo was de Reformatie eene vernieuwing, die allereerst in het hart tot stand kwam maar vandaar zich uitbreidde tot de hervorming van de verbasterde kerk en van het vervalschte Christendom. Zoo was de Romantiek, in ruimen zin genomen, eene reactie van het zichzelf hervindende subject tegen de heerschappij van abstracte regelen en redelijke principia. En zoo was Bilderdijk in heel zijne persoonlijkheid en in al zijn werken een levend protest tegen de theorieën der „Aufklarung", die het leven knellen en persen wilden in een van te voren klaar gemaakt systeem.

En dat protest diende Bilderdijk niet in de eerste plaats in, in naam van de belijdenis of van de Schrift. Hij was niet in den engeren zin des woords een confessioneel man of een bijbelsch theoloog; hij nam tegenover zijne wederpartij zijn standpunt ook niet in historie of traditie, in eenige philosophie of theologie van den verleden tijd ; hij sloot zich niet bij Plato of Aristoteles, bij Augustinus of Thomas, bij Luther of Calvijn aan ; Bilderdijk is het tegendeel van een scholasticus: Maar hij riep vóór alle dingen den verdwaasden en verdwaalden mensch tot zichzelven terug, van den omtrek tot het middelpunt, van het verstand tot het hart, van de rede tot het gevoel, van den wil tot de behoefte. En daardoor is hij principiëel een geestverwant van al die mannen, die in verschillende landen tegen de verstandsheerschappij in verzet kwamen en weer dorstten naar natuur en waarheid, naar licht en naar leven.

Nog in een ander punt komt die verwantschap uit. Als de mensch tot zichzelven inkeert en dan tot de wereld buiten zich terugkeert, dan is het, of hij alles anders ziet; eene nieuwe wereld breidt zich uit voor zijn verbaasden blik. Hij ontdekt

Sluiten