is toegevoegd aan uw favorieten.

Paedagogische beginselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Perzen en Egyptenaren was het doel der opvoeding overwegend religieus; het leven en werken des menschen vond in den dienst der Godheid zijn doel. Bij de Indiërs wordt het weten, dat de opvoeding zöëkt bij te brengen, vooral begeerenswaard geacht, omdat het een middel is, om te komen tot mystische volmaking. Als het daartoe gediend heeft, verliest het zijne waarde; de knaap leert de Veda, de man leeft ernaar, maar de grijsaard vergeet ze weer in diepe contemplatie. Daarentegen is de opvoeding bij Chineezen en Japanneezen meer op het ethische gericht; beide volken stellen de werkelijkheid boven het ideaal, het practischzedelijke leven boven de mystiek.

De Grieken waren zich hun onderscheid van de Oostersche volken bewust en achtten zich hierin vooral boven hen verheven, dat de Oostersche volken de politieke deugden misten en der slavernij vervallen waren, terwijl zij zeiven daarentegen aan het openbare leven zich wijdden en in eene groote mate van vrijheid zich verheugen mochten. De opvoeding was in Griekenland zeer verschillend, in Sparta heel anders dan in Athene; maar zij had toch eenige karaktertrekken gemeen. Daartoe behoort in de eerste plaats, dat zij volstrekt niet bedoelde de opleiding voor eenig beroep. Handwerk en loonarbeid paste slechts aan den slaaf, maar de vrije man vormde zichzelf door de zoogenaamde vrije kunsten en'zocht die vorming niet om uitwendig nut of voordeel, maar om haar innerlijke waarde. Ze was geen toerusting voor een of ander bedrijf in de maatschappij, maar een sieraad voor den mensch, eene voltooiing van zijne persoonlijkheid.

En hiermede stond een tweede algemeene karaktertrek in verband, daarin uitkomende, dat niet op het religieuze, maar op het aesthetisch-ethische of op het sociaal-ethische moment in de opvoeding de nadruk werd gelegd. Bij de Oostersche volken was de opvoeding in zwakker of sterker mate aan de kasten gebonden, maar bij Grieken en Romeinen was ze wel alleen het deel van de vrije burgers, doch had zij niettemin het volle staatsburgerschap ten doel. „Niet slechts in Plato's republiek of in den absoluten staat van Lycurgus, maar ook in de praktijk te Athene werd de stelling gehuldigd, dat de mensch vóór alles burger van den Staat is, en dus de belangen der gemeenschap zijne opvoeding eischen i)."

1) Prof. K. Kuiper in eene voordracht over: Oud-Grieksche opvoeding en onderwijs, Handelsblad 14 Maart 1901.