Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

natuur dragen, onoverzienbaar rijk en hoogst ingewikkeld zijn. Bij iedëFmensch staan wij voor een zieleleven, dat in veelheid en complicatie van verschijnselen de zichtbare natuur om ons heen nog overtreft; wij treffen er in aan, beseffen gewaarwordingen, voorstellingen, begrippen, oordeelen, redeneeringen, aandoeningen, neigingen, driften, hartstochten, begeerten, wilsbeslissingen enz., die te zamen eene wereld van raadselen vormen.

Nu bestond vroeger de gedachte, dat men door waarneming en denken, door analyse en synthese in dezen chaos eenige orde kon brengen. Als men tegenwoordig de klassieke en Christelijke psychologen beschuldigt, dat ze van geene waarneming hebben willen weten en er zoo maar in het wilde op hebben los gespeculeerd, dan is dit verwijt hoogst onbillijk en van onkunde getuigend. Ook de zielkundigen in vorige eeuwen hebben, ofschoon al te veel classificatie met verklaring verwarrend, de zielsverschijnselen trachten waar te nemërTen denkend te begrijpen. Maar zij geloofden, ten eerste, dat de inwendige, de zelfwaarneming op dit terrein de zekerste weg tot kennis was; ten tweede, dat de verschijnselen van het zieleleven recht gaven, om daaruit denkend tot de natuur der ziel te besluiten; en ten derde, dat de bijzondere openbaring ook over den mensch, over zijn oorsprong, wezen en bestemming, een licht verspreid3i7 dat dankbaar moest aanvaard en niet zonder schade kon versmaad worden.

Maar de nieuwe psychologie, hartgrondig afkeerig van theologie en metaphysica, heeft met deze methode radikaal gebroken en een anderen'weg tot kennis ingeslagen. Onder invloed van het criti-^ cisme van Kant en het positivisme van Comte, van de Engelsche associatietheorie en de inductieve methode fn~de natuurwetenschap is de psychologie zoogenaamd positief, empirisch, exact geworden1). Evenals heel de moderne wetenschap, wil ze van geen enkele theorie, maar louter van feiten uitgaan. Onbevangen zet zij zich daartoe, zooals zij voorgeeft, voor de verschijnselen van het zieleleven neer, neemt ze nauwkeurig waar en tracht ze te leeren kennen in hun onderling verband. Zoo is zij, naar de uitdrukking van F. A. Lange, geworden tot een „'Psychologie ohne Seele", een soort van natuurwetenschap, die de inductieve methode toepast op de psychische verschijnselen en deze als physfsche behandelt. Op

x) Verg. De nieuwe Opvoeding bl. 36 v.

Sluiten