is toegevoegd aan uw favorieten.

Paedagogische beginselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze wijze hoopt men in de psychologie tot meer zekerheid te komen en betrouwbaarder resultaten te verkrijgen.

19. Nu was het gemakkelijk gezegd, dat de natuurwetenschappelijke methode in de psychologie moest toegepast worden; maar niet zoo gemakkelijk liet zich aanwijzen, hoe dit geschieden moest.

Herbart ging wel uit van metaphysische onderstellingen en beschouwde ook nog zelfwaarneming als de bron der psychologie, maar hij komt toch voor hare natuurwetenschappelijke opvatting in zoover in aanmerking, als hij de mathématische methode op de zielverschijnselen_toepasselijk achtte. Het bewustzijn leerde ons toch, dat de voorstellingen in ons zich onderscheiden door intensiteit. Sommige zijn sterk, andere zijn zwak; sommige blijven lang in ons bewustzijn aanwezig, andere verdwijnen terstond; sommige komen spoedig, andere zeer langzaam terug. Herbart leidde daaruit af, dat de voorstellingen werken als physische krachten, dat ze elkaar afstooten en aantrekken, belemmerenden bevorderen, en dat hare intensiteit daarom ook gemeten, berekend en in getallen kon worden uitgedrukt. Ofschoon deze methode eerst door hare nieuwheid velen bekoorde, is de geestdrift langzamerhand bekoeld en heeft men ingezien, dat er geen „eenhgidl', geen objectieve maatstaf is, waaraan de intensiteit der voorstellingen te meten zou zijn. Men kan niet zeggen, dat eene voorstelling twee of drie maal sterker is dan eene andere, omdat de intensiteitsnorma ontbreekt. Alleen het subject gevoelt, twee of meer voorstellingen met elkaar vergelijkend, dat ze verschillen in kracht. Over het algemeen zelfs laat zich slechts in een zeer klein deel van onze wetenschappen de mathematische berekening toepassen, in de astronomie bijv. en de mechanica, voor een deel ook in de physica en de chemie. Maar in de andere wetenschappen, ook die der natuur, is mathematische nauwkeurigheid niet te verkrijgen. Zoo ging de tijd, waarin Herbart den toon in psychologie en paedagogiek aangaf, langzamerhand voorbij. Tegenwoordig wordt door steeds meerderen tegen hem het bezwaar ingebracht, dat hij de waarneming verwaarloosde, het experiment verwierp, de voorstellingen met gewaarwordingen verwarde, gevoel en wil miskende, en bij zijne berekeningsmethode willekeurig te werk ging1).

x) Ziehen, Das Verhaltnis der Herbartschen Psychologie zur physiol. experimentellen Psychologie 1900.