Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

craven eert en daarin Gods bestel erkent. Maar overigens is het de Schrift en zij alleen, die lichaam en lichaamsarbeid op den rechten prijs stelt.[Dat de stof geen vijandige macht is naast en tegenover God, maar evengoed als de geest uit Hem haar oorsprong heeft; dat het lichaam evenzeer als de ziel tot des menschen wezen behoort; dat alle eerlijke arbeid, hoe gering ook, door God is ingesteld en zijn merkteeken draagt; dat wisten de Heidenen met, dat danken wij alleen aan de Heilige Schrift. Wat Christenen te dezen opzichte ook misdreven hebben, de Christelijke religie is zoo weinig tegen handenarbeid en lichaams-oefening gekant, dat zij ze veeleer in hun rechte waarde erkent en er wijding aan geeft.

39. Wanneer wij nu dit geheel van onderwijsvakken overzien en zoowel met hunne onderlinge verscheidenheid als met hunne organische eenheid rekening houden, kunnen wij daaruit gemakkelijk afleiden, dat elk van deze vakken, beide voor den student en voor den docent, eene eigene methode meebrengt. Bij de beoefening der wetenschappen is het echter meermalen voorgekomen, dat men alle vakken van wetenschappelijk onderzoek naar ééne methode heeft willen behandelen, hetzij naar de inductieve, natuurwetenschappelijke, en nader nog naar de mathematische of geometrische, hetzij naar de deductieve, logische, dialectische, wijsgeenge methode1). Dit streven komt altijd bewust of onbewust uit een pantheïstisch monisme op, dat in de wereld van het zijn slechts ééne substantie erkent en de veelheid in schijn doet opgaan, en dienovereenkomstig in de wereld van het denken slechts ééne wetenschap aanneemt en aan het onderscheid der vakken geen recht laat wedervaren. Aan dezelfde fout maken zij zich schuldig, die het onderwijs in alle vakken naar dezelfde methode willen inrichten. In hoofdzaak komen bij het onderwijs drie methoden in aan: merking. De eerste is de deiktische methode, welke daarin bestaat,

ö < „ l l o 1 r*r*r\4-

dat de onderwijzer de dingen zelve, waarover nei

aan de leerlingen laat zien, hetzij in natura hetzij in afbeelding,

of ook aan de leerlingen, wat zij te doen neDDen, vuuuegi, —schrijft, vóórteekent of vóórdoetj De tweede methode is de acroamatische, waarbij de onderwijzer spreekt, beschrijft, vergelijkt, met beelden en vergelijkingen opheldert, dicteert of voorleest en de

!) Verg. mijne Opvoeding der rijpere jeugd bl. 212 v.

Sluiten