is toegevoegd aan uw favorieten.

Paedagogische beginselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Blz.

45. Bezwaren tegen de Reform-paedagogen met 't oog op de gezichtsaanschouwing.

Wat door aanschouwing verstaan wordt.

a. De actieve beteekenis 127^

1. Waarnemen met het oog.

2. Waarnemen met het oor en andere zintuigen.

3. Waarnemen door de intuïtieve rede.

b. De passieve beteekenis 127

46. De aanschouwing door het oog.

a. Alleen mogelijk bij concrete voorwerpen 128

b. Zij kan dus geen fondament van onderwijs en kennis zijn 129

47. De aanschouwing en de andere zintuigen.

a. De tastzin almeer bevorderd 131

b. Bezwaren daaraan verbonden 132

! c. Het nut er van 133

48. De waarneming met alle zintuigen, de aanvang van de

kennis des verstands.

a. Die stelling gaat in tegen Plato, Cartesius en Kant . . 134 / b. Ze gaat in tegen het empirisme en het sensualisme . . . 135

c. Ze leert, dat het verstand het orgaan is, dat de kennis vormt 135

d. Zij leert dat mensch en wereld door één en denzelfden Logos zijn geschapen, Joh. 1:3 135

e. Zij leert dat het verstand gebonden is aan wetten in zijn wezen en in zijne werkzaamheid 136

ƒ. De wetten van het denken toegepast 136

1. Op de religieuse normen.

2. Op dê ethische normen.

3. Op de aesthetische normen.

g. De natuurlijke mensch in strijd met die wetten .... 137

h. De Heilige Wet Gods de norm van ons godsdienstig leven 47, 137

49. Beteekenis der zinnelijke waarneming.

a. Van alle zintuigen in 't algemeen 137

b. Bevoorrechting van het oog (de zaak) 138

c. Waarde van het oor (het woord) 139

d. Beteekenis van het woord . < 139, 150

50. De aanschouwing.

In de eerste levensjaren thuis 140

a. Door middel van prentenboeken.

b. Door middel van sprookjes, vertelsels.

c. De invloed van de moeder.

^ d. De aanschouwing niet alleen de bron der voorstellingen 143

51. De aanschouwing in de schooljaren.

a. De onderwijzer(es) als moeder 144

b. De onderwijzer als leermeester (docent) 145

c. De onderwijzer als spreker 148