Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

immanuel Kant werd in het jaar 1724 als zoon van een zadelmaker te Königsberg geboren. Naar een veel verbreide meening stamt de familie Cant uit Schotland. Deze meening wordt tegenwoordig echter weder bestreden. — Streng onder piëtistischen invloed opgevoed, begon hij sinds 1732 de voorbereidende studie aan het collegium Fridericianum om in 1740 tot het universitair onderwijs te worden toegelaten. In het jaar 1746 stierf zijn vader, negen jaren na zijn moeder. Zoo werd de onbemiddelde zoon gedwongen de betrekking van huisleeraar te aanvaarden, welke betrekking hij waarnam, totdat hij in 1755 door overgespaarde gelden zijn academische loopbaan als docent beginnen kon. Hij moest vijftien jaar lang op een professoraat aan de universiteit zijner geboortestad wachten, ofschoon hij tot tweemaal voor dit ambt in aanmerking trachtte te komen. In 1764 werd hem een leerstoel voor de dichtkunst te Berlijn aangeboden, welke benoeming Kant evenwel niet aanvaardde. In 1766 werd hij onderbibliothecaris van de slotbibliotheek te Königsberg met een jaarlijksch inkomen van 62 Thaler. In het jaar 1770 ontving hij eindelijk de aanstelling tot hoogleeraar in de logica en metaphysica, nadat hij kort te voren naar Erlangen en Jena was beroepen. Ook deze laatste benoeming, evenals de hem in 1778 aangeboden professuur te Halle, sloeg Kant af. Hij was te veel gehecht aan zijn

Sluiten