Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

herleiden tot hoogere openbaringen uit den Absoluten Geest.

De ziel in engeren zin als voorwaarde tot het organische leven (welke „ziel" wij te onderscheiden hebben van het psychisch bestaan der atomen) noemt Hartmann dan ook: het geheel der hoogere, bij de atoom-krachten op de ver schillende trappen bijkomende functies van den wereld-Geest.

Aldus herstelt hij tot op zekere hoogte het individualistische element in de psychologie en sluit zich nauw aan bij Leibniz' monadologie (leer van de (ziele-) eenheden).

Deze ziel moet echter niet verward worden met het b ew u s t z ij n, zij is een onbewuste functie uit den wereldGeest. Derhalve is het begrip „ziel" ook ruimer dan het begrip der bewuste persoonlijkheid, het i k. De ziel der hoogere individuen heeft een i k maar zij i s niet een i k. Want, gelijk wij reeds zagen: het bewustzijn, dus ook het bewuste ik, wordt als passief resultaat uit het conflict der werkelijkheid, zij is nader een resultaat uit onbewuste zielefuncties.

Toch is deze ziel voorwaarde tot het ontstaan van de eenheid des bewustzijns. Zooals wij reeds opmerkten, acht Hartmann het terecht onmogelijk, deze eenheid te verklaren uit het organisme zonder meer.

Drie factoren moeten wij daarom volgens hem vooronderstellen om in deze tot een aannemelijke beschouwing te komen:

a. het organisme, de „Güte der physiologischen Leitung", die de verschillende deelen van het centrale zenuwstelsel met elkander verbindt. Deze ééne voorwaarde, die het organisme betreft, is door het materialisme tot de e e n i g e verheven. Dit was zijn fout;

b. de genoemde hoogere psychische functies, uitstralingen, effulgeraties uit den Absoluten Geest;

c. de Absolute, gelijk wij nader zien zullen, Onbewuste Geest zelf als achtergrond. Hij is de m e t aphysische voorwaarde.

De hoogere psychische functies worden bij den dood weder

Sluiten