Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

functie, waaruit eenerzijds de religieuse „Vorstellungsthatigkeit", anderzijds de religieuse „Willensthatigkeit" uitstraalt. Het gevoel is als de spiegel, die de lichtstralen van de religieuse voorstelling opneemt en ombuigt, zóó dat ze in bepaalde richting als stralen van de religieuse wils-activiteit weder naar buiten worden geworpen. Dit is alleen mogelijk, omdat (gelijk Hartmann in zijn psychologie aantoont) het gevoel zelf een product van onbewuste voorstelling en wil mag heeten. Daarom moet het gevoel ook wel degelijk door klare bezinning en sterken wil, door vaste gezindheid worden gedragen. Anders vervloeit het allicht in zinnelijke, aesthetische of mystische eenzijdigheid. Alle gevoelsreligie moet voorts uit kracht van haren aard er toe komen, het religieuse gevoel met zijn karakter van subjectieven lust of onlust als einddoel van het religieuse leven te beschouwen en aldus vervalt men tot den waan, dat de religie slechts ter wille van de individueele zaligheid der vromen bestaat, in plaats dat men de sterke stem verneemt, waarmede zij den mensch opeischt in den dienst van den Absolute, van het Goddelijk wereld-bedoelen.

De religieuse w i 1 is begin en einde van alle religie. Als onbewuste is hij haar eerste grond, als bewuste haar laatste doel. Naar z ij n aard moeten dan ook de religieuse voorstellingen en gevoelens worden gewaardeerd. Toch mag ook de wil wederom niet eenzijdig naar voren worden gekeerd (vgl. Kant's beweren, dat „Recht tun die wahre Religion" zou zijn). Anders komt men allicht tot religieus moralisme met rigoristische onverdraagzaamheid. Bovenal verzet Hartmann zich hier tegen de „morale indépendante", de leer, dat de zedelijkheid onafhankelijk van het Godsdienstig leven zou kunnen bloeien. Hij neemt aan, dat de moraal zich historisch uit de religie heeft ontwikkeld.

Het ware religieuse moralisme doet alle psychologische momenten van het religieuse proces haar recht wedervaren, al legt het daarbij den nadruk op de groote en onvoorwaardelijke beteekenis van den religieusen wil. Als zoodanig mag

Sluiten