is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote denkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

het schoonheids-ideaal in het afgetrokkene als iets boven de werkelijkheid zwevends beschouwen en hen, die meenen, dat alle schoonheids-besef samenhangt met het empirische physische en psychische leven. Genoemd ideaal wordt proces-matig, dus concreet en veelvuldig verwerkelijkt door den Onbewusten Geest.

Juist omdat ook hier wederom de Onbewuste Geest alles daarom draagt, hangen schoonheids-zin en genie ten nauwste samen met het onbewuste leven, al behoort er ter verwerkelijking van een kunst-werk aan den anderen kant toch ook bewuste reflexie en technische oefening bij. Daarom sluit Hartmann zich in deze aan bij schelling's theorie, die de artistieke productiviteit als resultaat van onbewuste en bewuste activiteit beschouwt.

Ook het natuurschoon komt door onbewuste doelstelling tot stand; maar daarbij ontbreekt „die Instanz des Bewusstseins", die bij het menschelijke kunstwerk ingeschoven wordt. Derhalve blijkt, dat in de schoonheid der natuur de idee vóór de verwerkelijking niet aan het bewustzijn voorzweeft, gelijk dit bij den kunstenaar geschiedt. Maar daar is het individu marmer en beeldhouwer te gelijk en de idee wordt volkomen onbewust gerealiseerd, terwijl het phantasie-beeld van den artiest door zijn bewusten wil wordt verzinnelijkt.

Is het schoone als zoodanig ook een openbaring van den Absoluten willend-voorstellenden Geest, dan volgt daaruit vanzelf, dat Hartmann het als een bijzonderen verschijningsvorm van het onbewust logische opvat. Derhalve moet ook het onbewuste proces, dat zoowel aan de „Empfindung als aan de „Erfindung'' van het schoone ten grondslag ligt, in ieder afzonderlijk voorkomend geval dezelfde factoren in zich vereenigen, die een absoluut juiste sesthetica op discussieve wijze als „Begründung der Schönheit" geven zou. Zulk een absoluut juiste aesthetica nu is een ideaal, dat de wetenschap slechts zeer langzaam benaderen kan. De geschiedenis der aesthetica toont, dat men steeds streefde naar dit doel der wetenschap, n.1. de afleiding van alle schoonheids- uit logische momenten.

Alleen een concreet idealisme, dat deels vasthoudt