is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote denkers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

46

te houden (de wet). Het verstand is het principe der vooruitgang (de vrijheid). Het proces der historie nu bestaat daarin, dat het verstand veld wint over het geloof, zoolang tot het eerste het laatste „ganz vernichtet und seinen Inhalt aufgenommen hat in die edlere Form der klaren Einsicht" (IV, 493). Het verstand kan zichzelf kennen, het geloof kent zichzelf niet, het i s slechts.

De oude wereld leeft onder het geloof (en men begrijpt, dat dit woord hier in dit verband door FlCHTE in een anderen zin gebruikt wordt dan gewoonlijk). Een „waarom" is er niet. Goddelijke willekeur heerscht. Met SOCRATES echter begint het verstand uit te breken. Maar het kostte hem den dood. Eerst het Christendom bracht licht, verstand, vrijheid in den waren, vollen, nieuwen zin. Dus wordt het Rijk Gods (één met het rede-rijk) gegrond door wedergeboorte, afsterven aan zichzelf. Hier is geloof „die Lehre der wahren Erkenntnis des Uebersinnlichen" (Nagel. W. II, 291).

Volgens FlCHTE moet de geschiedenis verloopen naar vijf perioden.

In den stand der onschuld of van het rede-instinct wordt het redelijke onbewust, uit natuurlijke aandrift gedaan. Dan volgt de stand der aanvangen de zonde; het instinct voor het goede wordt vervangen door de autoriteit. Fichte's tijd behoorde tot de derde periode, de periode der voleindigde zondigheid, der willekeur en zelfzucht. Deze periode is echter noodig als doorgang, wijl geen vrijheid denkbaar is zonder opheffing der doode autoriteit. Op deze wijze toch kan slechts de vierde reeds aanbrekende periode geboren worden, die der rede-wetenschap of aanvangende rechtvaardiging. De waarheid wordt hier als het hoogste erkend en de enkele onderwerpt zich (tenminste als kennend) aan de rede van het geheel. Eindelijk met de periode der rede-kunst of den stand der voleindigde rechtvaardiging en heiliging zal de wil van den enkele geheel opgaan in het leven voor het geheel. Dus wordt het doel van het aardsche leven der menschheid (om