Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

Wij herinneren hierbij aan onze reeds gegeven opmerking, dat Hegel deze noodzakelijker-wijze aldus te denken beweging der gedachte niet verklaart maar constateert en haar als wereld-scheppend en onderhoudend huldigt. Hij eischt dan ook, dat de mensch om de waarheid te vinden, beginne met zich van alle vóór-oordeelen te ontslaan. „Ga denken, onbevooroordeeld!" luidt de eerste voorwaarde om tot wijsgeerige wereld-conceptie te komen. Wie aan dezen eisch voldoet zal, door het denken zelf gedreven, de ware methode en den vollen inhoud der wijsbegeerte ontdekken. Want de philosofie doet niet anders dan de absolute zelfontwikkeling der gedachte na te gaan. De ware wijsgeer geeft zich in het speculatieve denken aldus over aan de openbaring van den Absoluten Geest. Het menschelijk ik blijft daarbij echter niet slechts een passief toeschouwer, maar de zelfbeweging van het denken, van het Absolute Subject, God, den wereld-Schepper, wordt openbaar in de activiteit van den na-denkenden, menschelijken geest.

Zoo zegt Hegel ergens aangaande de nieuwe periode die met hem in het algemeen-menschelijk denken aanbrak (wijl de wereld-Geest zichzelf nu als reine, Absolute Geest, schijnt te hebben gegrepen): „Het eindige zelfbewustzijn heeft opgehouden, eindig te zijn; en daarmede heeft aan den anderen kant het Absolute Zelfbewustzijn de werkelijkheid veroverd, die het vroeger ontbeerde. De gansche wereldgeschiedenis in het algemeen en de geschiedenis der philosofie in het bijzonder schijnen nu tot haar doel gekomen, waar het Absolute Zelfbewustzijn heeft opgehouden iets vreemds te zijn voor het eindige zelfbewustzijn, waar derhalve de geest als geest werkelijk is. Want dit laatste is hij slechts, wijl hij zich zelf als Absoluten Geest weet. En als zoodanig weet hij zich in de wetenschap. Dit weten alleen, de geest, is zijn ware existentie" (Werke XV, Ó2of).

Het leven der wetenschap, de zelfbeweging van het denken is dus voor Hegel het leven van het Absolute zelf. „Die reine Wissenschaft enthalt den Gedanken, insofern er eben-

Sluiten