Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22

dit resultaat. Het begin zal aldus het armste, het laatste, het rijkste zijn. En het hoogste principe, waartoe wij aan het slot geraken, God (de Idee, de Rede, het Ware) is datgene, waarin alle dingen slechts als momenten (en niet als zelfstandigheden) begrepen zijn.

In het kort, de wetenschap der logica, de gedachte in haar reine element beschouwende, laat alle tegenstellingen van het denken uit elkander ontwikkelen, totdat zij eindelijk den kring dezer evolutie sluiten in de hoogste idee. Dus komt het denken aan het einde pas tot het ware begin.

flchte's these, antithese, synthese, schelllng's reflectie, subsumtie en rede, heeft hegel in zijn logica consekwent doorgevoerd. Eerst moet het logische denken één zijde van hetgeen bij elkander behoort zetten, terwijl het tegendeel, de andere zijde wordt uitgesloten (het verstand, de dogmaticus). De rede toont echter weldra aan, dat het verstand met zijn tegendeelen in verlegenheid geraakt. Want dezen komen met zich zelf in tegenspraak, wijl zij hun vijand in den boezem dragen, dat wil zeggen noodzakelijker wijze in elkander overgaan. Blijft men bij de tegenstellingen staan (vrgl. Kant's antinomieën en zeno), dan wordt men scepticus, zelfs sofist. Maar de ware wijze verzoent, positief-redelijk of speculatief, de tegendeelen in het derde op de boven aangegeven wijze.

De idee, waarmede de logica sluit, blijkt voorts niet in haar rein element „an sich" te blijven maar in de natuur in de tijd-ruimtelijke „werkelijke wereld" als in haar a n d e r szijn (für sich) om te slaan. hegel verklaart ook dezen ommeslag niet. Hij constateert slechts. Dus blijkt, dat het denken niet bij zich zelf in het afgetrokkene is blijven wonen, maai- dat het de wereld heeft geschapen. Het blijkt, dat het denken als een Bachantisch god uit zijn rein element buiten zich zelf geraakt in de tijd-ruimtelijkheid. Vandaar, dat hier het betrekkelijk toevallige aan den dag treedt. Want de natuur is onmachtig, de idee in haar „Entausserung an die Realitat" zuiver te bewaren.

Die onmacht der natuur zet dan ook grenzen aan de

Sluiten