Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen worden overwonnen. Ons verlossing behoevend hart, ons innigst leven is er dus mede gemoeid en, indien de Verlosser zich bij dat leven aansluit, dan zal ons hart zelf ja en amen op Zijn verschijning zeggen. Alle nadruk ligt derhalve op het leven, de werkelijkheid zelf. In de tweede plaats komt nu de getuigenis aangaande die verlossing, het verwijzende, geschreven woord, de Schrift. Wij houden aan deze Schrift niet angstvallig vast, want met haar, zooals ze daar ligt, staat of valt de werkelijkheid niet, zij getuigt er slechts van. Natuurlijk (men versta ons niet verkeerd) is zij als getuigenis en kenbron van de grootste beteekenis maar datgene, waarvan ze getuigt (dat is de scheppende en de verlossende inwerking Gods, die haar hoogtepunt vindt in het vleeschgeworden Woord) is meerder dan zij. Datgene, waarvan ze getuigt, raakt ons diepste, verlossing behoevend hart en dat hart herkent uit die getuigenis datgene, wat er als het ware achter ligt, n.1. de werkelijkheid, waarnaar ze verwijst.

Laten we met een beeld duidelijk maken, wat we bedoelen. Wanneer mijn hart uitgaat naar een ideale persoonlijkheid , dan kan dat hart getroffen worden door een gesproken of geschreven woord van den een of ander, die uit dat woord zulk een verwante persoon blijkt te zijn. Nu zeg ik niet: ik heb het woord, dus kan ik de ziel , die het woord sprak, wel missen. Integendeel: het woord vernam ik en het deed mij het verwante hart, waaruit het voortkwam, herkennen. De ziel, die het woord sprak is meer dan het woord, ze leeft en naar die levende ziel gaat mijn hart uit. Nu treed ik in nadere verbinding met dezen persoon. Daarbij zal het gaan om innige levensgemeenschap. Al wat hij spreekt of schrijft is slechts uiting van zijn leven en een schakel tusschen dat leven en het mijne. Als schakel is zijn woord natuurlijk van groote beteekenis, maar toch blijft het een schakel: de levende ziel en haar gemeenschap is inniger!

Sluiten