Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn sterfbed: „Zeg het aan het volk dat de Heere mijn sterkte geweest is en dat Hij krachtig bevonden is een hulp in benauwdheden."

Die overwint -— gesteld tot een pilaar, tot een peiler, die draagt en dien God gevestigd heeft om Zijn Naam te dragen. Dat heeft God vergund aan onzen broeder, die nu tot heerscher gesteld wordt over hen, die koningen en priesters genoemd worden.

In Openb. 5 wordt gesproken van het Lam dat geslacht is en staat in het midden van den troon.Wonderlijk uitgedrukt: terneergeworpen, geslacht, en toch staat. Beeld en profetie van de gansche kerk en des Christens levensweg. Geslacht worden en toch staan, toch stand houden en toch overwinnen. Door de worsteling heen, door het lijden heen, toch overwinnen. Dat is heerlijk bevestigd aan onzen lieven doode, die de eerste tonen aanheft van dat lied der overwinning: „Hem, die op den troon zit en het Lam zij de dankzegging en de eer en de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid".

Onze Eerste, onze Groote is heengegaan, de Held, dien we liefhadden. Ons blijft de strijd, hij treedt terug. Hem rust nog één taak, om eer en heerlijkheid te brengen aan het Lam dat geslacht is tot in alle eeuwigheid.

Maar 't vrome volk in U verheugd, zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wensch verkrijgen. Daarom strijdend en dankend verder tot ook ons de overwinning wacht.

Toen schalde dit andere lievelingslied van den grooten Meester door de gewelven, als een plechtige wijding om in het voetspoor van hem, die van ons heenging, tot den strijd dien hij streed, voort te gaan.

Ds. D. Hoek uit Enkhuizen ging daarna voor in dankgebed en sprak nog een enkel woord over wat Dr. Kuyper gedaan heeft en waarom wij hem dankend herdenken.

Nog werd gezongen uit Psalm 27.

Zoo ik niet had geloofd dat in dit leven,

Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou,

Mijn God, waar was mijn hoop, mijn moed gebleven,

Ik waar' vergaan in al mijn angst en rouw.

En toen ging de talrijke schare, van ruim drie duizend mannen en vrouwen, in gesloten gelederen naar den doodenakker om hun Vader, hun groote te zien uitdragen.

DE ROUWDIENST IN HUIS.

In het sterfhuis in de Kanaalstraat werd, vóór men het stoffelijk omhulsel de woning uitdroeg, even na twaalf uur, een rouwdienst gehouden. Daarbij waren aanwezig met de familie, de bijzonderste vrienden en de vertegenwoordigers van Hare Majesteiten de Koningin en de Koningin-Moeder, de Kamerheeren G. C. Baron van Asbeck en Mr. S. W. B. Graaf van Limburg Stirum, de Ministers Mr. Th. Heemskerk

Sluiten