is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder den naklank van dit gevoelvolle woord, sprak hierop Professor Dr. R. H. Woltjer, Rector Magnificus der V. U., zijn rede uit over Dr. Kuyper's wetenschappelijke beteekenis. De oprechte liefde des geestes kwam aan het woord, die zoekt naar den oorsprong van des meesters genialiteit.

„Wanneer een beroemd dichter der Oudheid in kleurrijke taal het oord der gezaligden schildert, dan geeft hij daarin eene eereplaats aan de groote denkers van ons geslacht, die door de vindingen van hun genie het menschdoin ten zegen geweest zijn. Dat is heidensch: kennis ontsluit den hemel niet en genie maakt den mensch niet tot God. Schepselvergoding betaamt aan geen Christen, zelfs al geldt het een schepsel, dat meer dan een ander door bijzondere gaven bewijst, dat de mensch is van Goddelijk geslacht, naar het beeld van zijn Schepper geschapen. Maar wel voegt het, ook aan de Christelijke wetenschap, wanneer zulk een heros haar geschonken werd, dankend die gaven te erkennen, en als zulk een straks zijn taak heeft volbracht en zijn machtige geest weerkeert tot God, Die hem gaf, in eerbiedig gedenken te roemen de grootheid van den Almachtige, die uitstraalde in dit Zijn schepsel.

Want inderdaad: nu het lichaam van dezen man, die een halve eeuw lang het publieke leven van Nederland beheerscht heeft, machteloos neerligt in den schoot der aarde, nu zijn mond zwijgt en de vaardige schrijfstift voor immer zijn hand ontzonk, nu valt ook alles weg, wat klein en verkleinend den maatstaf zou kunnen vervalschen, en dringt zich, door geene reactie meer belemmerd, met onweerstaanbare kracht, al het ander overheerschend, op den voorgrond, het besef van zijn grootheid: als een Willem van Oranje staat ook deze machtige figuur voortaan voor onze oogen gelijk een geweldige berg, die zich steeds meer boven de hem omringende bergen en het vlakke land verheft, hoe verder men zich van hem verwijdert; en vervuld met dat besef, zouden we het liefst in stillen eerbied ons hoofd buigen en door zwijgend gedenken hem eeren

Als Rector der Vrije Universiteit ben ik geroepen, met een enkel woord U te wijzen op Kuyper's beteekenis voor de wetenschap; en al zou ik het zelfs met veel woorden niet naar behooren vermogen, het schijnt mij toch geenszins onnoodig. In de voorstelling, die niet weinigen zich van dezen veelzijdigen mensch hebben gevormd, neemt de wetenschap slechts een bescheiden plaats in; als prediker, journalist, schrijver, redenaar, volksleider, staatsman, heeft hij ook bij zijne bestrijders erkenning gevonden, maar den man van wetenschap vermochten velen blijkbaar niet in hem te zien. Voor de officieele geleerde wereld in ons vaderland is Kuyper steeds meer object dan subject van wetenschap geweest; en ik zou het niet gaarne louter toeval noemen, dat de Koninklijke Academie, anders toch waarlijk niet altijd onbereikbaar hoog in haar eischen, voor hem nimmer hare poorten ontsloot! De openbare meening heeft hem wetenschappelijk nooit ten volle meegeteld. En inderdaad: waar anders de praestaties