is toegevoegd aan je favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechts aanvoerder en organisator, hij was onze geestelijke vader, aan wien wij ons gebonden voelen met sterke banden, die zelfs door den dood niet verbroken kunnen worden.

Ik herinner me een voorval, waaruit blijkt, hoe Dr. Kuyper met zijn geestverwanten, groote en ook kleine meeleefde. Het was in de dagen van zijn ministerschap. Hij wilde ergens in het land — ik zal het maar niet nader aanduiden — een vertrouwenspost creëeren, om het verplegend personeel van een groote rijksinrichting niet alleen nuttig bezig te houden, maar ook geestelijk te bearbeiden. Daartoe had hij het oog op mij geslagen en onder het genot van een kopje thee zouden we dat bij hem thuis bespreken. Voor den arbeid voelde ik, jong propagandist, heel veel; voor de plaats en de omgeving weinig; het salaris, dat ik ook in die dagen hard noodig had, was ook van beteekenis.

Maar denk er aan, aldus de Minister, gij kunt daar verongelukken. Er is heel veel takt toe noodig en menschenkennis en geduld om daar min of meer evangeliseerend op te treden. Denk er dus nog eens goed over na, want als het misloopt, worden wij beiden er de dupe van. Slaagt gij niet, dan is uw positie weg en ik draag van de mislukking de verantwoordelijkheid.

Ik heb van de zaak toen niets meer vernomen, de betrekking is niet ingesteld. Ik ben er later niet meer op teruggekomen, want ik was toen al net als nu: slechts noodgedrongen zou ik Den Haag willen verlaten. Het centrum trok me daartoe te veel aan.

Een ander klein voorval uit de dagen, waarbij ik ook zelf betrokken was, gaf me een kijk op de vaak ongemotiveerde critiek, die over Kuyper's hoofd ging en die hij, zonder er een woord aan te verspillen, liet passeeren. Bij toeval nam ik er kennis van door middel van het Utrechtsch Dagblad, dat ik op 't Utrechtsche station even inkeek.

Er was in Den Haag een rijksbetrekking vacant, die met journalistieken arbeid in nauw verband staat. Hoewel ik bescheiden genoeg was om te gelooven, dat er wellicht bekwamer sollicitanten waren, meende ik toch er werk van te moeten maken. Ik schreef dies aan den directeur, dat ik de betrekking ambieerde, maar er gaarne eens over wilde praten, voor ik definitief solliciteerde. Ik ben toch niet op de candidatenlijst gekomen. Toch stond later in het Utrechtsche blad, dat Dr. Kuyper als Kamerlid den benoemden functionaris tegengewerkt had, omdat een zijner favorieten, (en dan volgde mijn naam) ook had gesolliciteerd, doch niet op de voordracht stond.

En Dr. Kuyper wist van het heele geval niets af.

„Nieuwe Leidsche Courant" 9 Nov. 1920.

De slag is gevallen.

Reeds eenigen tijd stond het volgens menschelijke berekening vast, dat Dr. Kuyper van dit zijn ziekbed niet meer zou opstaan.