Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap tusschen hem en dat volk. Wat dat volk voelde en beleed werd ook door Dr. Kuyper doorvoeld en beleden en hij had de gave om wat soms onbewust leefde in de ziel van dat volk te vertolken en het klaar voor oogen te stellen. Dr. Kuyper had de gave om voor het volk te spreken en te schrijven, omdat hij dat volk verstond, omdat hij een deel van dat volk vormde. Er zijn geleerden, die niet populair kunnen spreken of schrijven. Dr. Kuyper kon dit in groote mate. De scherpzinnigste onderwerpen kon hij als 't ware spelenderwijze zoo uiteen zetten, dat ieder, ook de eenvoudigste, het begreep.

Op elk terrein van het menschelijk weten was Dr. Kuyper thuis. Theologie, wijsbegeerte, rechtswetenschap, economie, letterkunde, geschiedenis, natuurwetenschap enz. Vooral op politiek terrein heeft Dr. Kuyper een belangrijke rol gespeeld. De Nederlandsche staatkunde heeft zich de laatste dertig jaren hoofdzakelijk om zijn persoon geconcenteerd. Groen van Prinsterer was de grondlegger der A.-R. Partij, maar haar organisator is Dr. Kuyper, en dat niet alleen, hij was de schepper der coalitie; de werkelijke leider der Rechterzijde. De linksche politici beweerden dikwijls dat hij de uitvinder was der antithese. Dat is natuurlijk niet waar, de antithese bestond reeds lang, bestond eigenlijk altijd, doch het is juist dat Or. Kuyper de ware beteekenis der antithese scherp op den voorgrond heeft gesteld"....

P. J. D(AM).

„De Opbouw" (Orgaan van den Chr. Bouwvakarbeidersbond) 13 Nov. 1920.

In hoogen ouderdom ontslapen in vrede.

Ontroering grijpt ons aan, nu wij ook dezen groote onder de menschenkinderen, dezen zeer sterke, die den leeftijd der zeer sterken mocht overschrijden, opgeroepen weten tot zijnen Schepper.

Het is den mensch gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel.

Daaraan ontkomt niemand. Geen zwakke en geen sterke; zoowel de dood als het oordeel wacht allen. Op Zijnen tijd roept de Heer van leven en dood alle menschen om van hunne werken voor Hem rekenschap af te leggen. .,

De een wordt in de kracht des levens opgeroepen, uit het midde van zijn werk, naar onze beschouwing soms halverwege zijn levenstaak; wij denken aan onzen onvergetelijken Talma. Den ander wordt het voorrecht gegund, drie opvolgende geslachten te aanschouwen en den oogst van zijn zaaien en planten en zorgen te zien.

Wij zien vaak voorbij dat in beide gevallen de dood even onverbiddelijk is. Wij begaan zoo licht, tot onze eigen schade de fout, ten opzichte van een, die tot hoogen ouderdom komt, ons intijds te verzoenen met de gedachte aan diens heengaan.

Sluiten