Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KERKELIJKE ORGANEN.

.. Amsterdamsche Kerkbode" 14 Nov. 1920.

Dr. A. Kuyper is niet meer onder de levenden; reeds rust zijn lichaam in het graf.

Den leeftijd der zeer sterken heeft hij overschreden met een drietal jaren ruim; en zoolang het dag voor hem is geweest, heeft hij gearbeid, onverpoosd en rusteloos, van den morgen tot den avond.

Een overzicht van zijn leven te geven is ons ondoenlijk, daar de ruimte ons ontbreekt en grootere bladen reeds in die behoefte hebben voorzien.

Aan eene waardeschatting van zijnen persoon kunnen wij evenmin denken, daar niemand daartoe op het oogenblik nog in staat is.

Op hoevele terreinen van het menschelijk samenleven heeft hij zich niet bewogen; en op welk van die vond hij zijn gelijke? Overal was hij gemakkelijk de eerste, die allen overschaduwde door de geniale gaven, waarmede zijn God hem had toegerust.

Het is niet het minst belangrijke deel geweest van dat lange, bezige leven, dat hier is doorgebracht in de bediening van het Woord van God, in de groote taak om een deel van het volk des Heeren uit te leiden uit het Synodale diensthuis, in den arbeid om leiding te geven aan de geesten ten aanzien van de belijdenis der waarheid en de praktijk des levens.

Als een gewasschene door Christus' bloed, als een herborene door 's Heeren Geest, heeft hij mogen ingaan in de ruste, bereid voor het volk van God.

„De Bazuin" 12 Nov. 1920.

Het was in den vollen zin des woords een Christelijk krank- en sterfbed, dat me, toen ik er j.1. Maandagmorgen iets van zien mocht, onwillekeurig denken deed aan die schoone meditatie, die Dr. Kuyper ons jaren geleden over Jacob's sterven schonk.

Heerlijke vervulling van het diepzinnige woord: „En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid."

Bedenk het echter ook thans, dit was Gods werk.

Eene weldaad des Heeren aan Zijn kind.

En daarom lof en prijs zij den Naam des Heeren, die zoo zacht dit doodsbed spreiden wilde!

Sluiten