is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor mij leven thans nog eens op, die oogenblikken, waarop mijn geliefde Leermeester sprak van zijn eigen geloofsleven en zijne eigene ervaring.

Diep in zijne eigene ziel liet hij ons lezen, toen hij (na het besluit van de Hervormde Synode, dat de candidaten in de Theologie van de Vrije Universiteit niet mochten toegelaten worden tot het proponentsexamen) in September 1885 de lessen opende met die indrukwekkende toespraak (welke God voor jonge harten niet ongezegend liet) naar het Schriftwoord: „De vossen hebben holen en de vogelen des hemels nesten, maar de Zoon des menschen heeft niet, waar Hij het hoofd r.ederlegge". En dit andere: „Ik ben jong geweest, ook ben ik oud geworden, maar heb niet gezien den rechtvaardige verlaten noch zijn zaad zoekende brood".

Hoe menigmaal verlieten we als studenten, als jonge en opgewekte studenten, in alle stilte de collegezaal, als de Hoogleeraar zijne ziel voor God in het gebed uitgegoten en om vervulling der nooden zijner leerlingen gebeden had.

Welk eene onvergetelijke blijdschap smaakte de kerk te Oudshoorn in November 1892 bij de bevestiging van den eersten Dienaar des Woords, na hare vrijwording, toen Dr. Kuyper preekte naar Amos 5 : 46: „Zoekt Mij en leeft." Zoozeer leefde de redenaar, die toen nog in zijne volle kracht was, in het persoonlijk zoeken van den Heere bij de aanvankelijke bekeering in, dat hij den tijd vergat en de indruk algemeen was, dat God zijn dienaar nog eens ingeleid had in de dagen van zijn eigen overgang tot den Christus der Schriften.

Onkiesch zou het wellicht zijn, in herinnering te brengen uitingen in de huiskamer, die wezen op de mystiek des geloofs. Vooral op Zondagavond zag hij zoo gaarne, dat zijne beminde gade, zijne kinderen en bezoekers een psalm of een Christelijk lied zongen, en sprak hij liefst over den binnenkant van het Christelijk leven. Zoo eenvoudig, zoo natuurlijk, zoo warm was dan zijn woord. Het wekte zoozeer de begeerte, om ook zoo met God te mogen leven.

Destijds ging schier geen week voorbij, of Dr. Kuyper zat een uur aan de voeten van Vader Bechtold en luisterde als een kind naar wat deze broeder van de wegen des Heeren met zijn volk uitzegde.

Uit het meer intieme leven is me misschien deze ééne mededeeling gegund. Op den eersten rustdag na de schorsing van den Amsterdamschen kerkeraad in 1886 zou Dr. Kuyper 's avonds in Plancius het Woord bedienen. Door de vriendelijkheid zijner gade bracht ik die vacantiedagen ten zijnen huize door. En nimmer vergeet ik den toon, waarop hij op mijne vraag aan den koffiemaaltijd: Hebt u te midden van de zoo overstelpend vele bezigheden dezer week reeds een tekst kunnen kiezen? antwoordde: „Ik heb wel vele preeken in mijn hart, als God me van avond slechts de kracht geeft ééne ervan uit te spreken." En toen volgde die innige preek (waarbij ook Dr. Rutgers en Jhr. Mr. De Savornin Lohman tegenwoordig waren) over: „Ik ben een vreemdeling op de aarde", Ps. 119 : 19.

Zoo hebben zijne leerlingen Dr. Kuyper leeren kennen.