is toegevoegd aan uw favorieten.

Gedenkboek ter herinnering aan het overlijden van Dr. A. Kuyper en de sprake die daarbij uit de pers voortkwam

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Geref. Kerkblad voor Bunschoten en Spakenburg", 11 Nov. 1920.

„Maar hebt ge wel eens een catechisant van Kuyper ontmoet?

Schrijver dezes had het voorrecht een kleine dertig jaren terug er een te ontmoeten: een eenvoudig vrouwtje. Thans juicht ze reeds lang voor den troon van het Lam. Haar sterfbed was omgeven door een straal van hemelsch licht: stervend gewaagde ze van het schoop.e gezang van engelen, die uit den hemel waren neergedaald.

Nog zie ik den glans in haar oog, als ze over Kuyper sprak, bij wien ze op catechisatie ging.

Dat was onderwijs! Met wat een ernst en eerbied werd door hem dat catechetisch onderwijs gegeven. Hoe kwam men onder den indruk van de majesteit Gods en de liefde van Christus. Dat onderwijs bracht haar op de knieën. Dat onderwijs deed haar de verwoestende kracht der zonde kennen. Maar — dat onderwijs bracht haar ook aan den voet van het kruis. In Gods hand was het 't middel, om in haar hart het volle licht te doen opgaan.

Hoe hing het hart van dit eenvoudige vrouwtje aan Dr. Kuyper, die haar als gezant des Heeren tot Jezus had geleid."

„De Heraut" 14 Nov. 1920.

Met stillen weemoed zet ik mij neder om in het blad, waaraan mijn vader tot het laatst zijn krachten heeft gewijd, een woord tot zijne nagedachtenis te schrijven, nu het God den Heere behaagd heeft hem van ons weg te nemen.

Dat het einde naderende was, wisten we, maar toch kwam het nog spoediger dan we hadden verwacht. Zaterdagavond begon plotseling de inzinking van kracht, die het ergste vreezen deed. Al matter en flauwer sloeg de pols, almeer ebde de levenskracht weg. In allerijl werden des Zondags zijn afwezige kinderen geroepen om over te komen. En in de ziekenkamer, die nu een sterfkamer geworden was, vonden zij Idenburg, die in deze bange dagen van krankheid met zeldzame trouw hem telkens bezocht en door zijn liefde verkwikt heeft.

En toen kwam het nooit te vergeten afscheid. Spreken kon de kranke reeds lang niet meer. Maar wel was het bewustzijn nog helder. En door bewegen van het hoofd kon hij te kennen geven wat hij wilde. Hij liet allen, een voor een, bij zich komen en boog het hoofd naar hen toe om nog een laatste teeken van liefde hun te geven. En toen bad Idenburg, dat God hem in vrede tot Zich nemen zou en hem een zachten uitgang zou geven.

Zoo was het afscheid. De nacht, die volgde, was rustig. Hij sluimerde in, de hand vasthoudende van zijne dochter, die zoo trouw